home

agenda

nieuws

kunstenaars

huidige expo

vorige expo

recensies

thema’s

contact/route

galerie OOST 99

recensies in Noordhollands Dagblad

door Lida Bonnema

www.lidabonnema.webs.com

januari 2011

november 2010

oktober 2010

mei 2010

maart 2010

januari 2010

oktober 2009

september 2009

mei 2009

maart 2009

februari 2009

november 2008

oktober 2008

Winterexpositie: schilderijen van Vera Berkvens, Willy van der Duyn, Emelie Jegerings, Victoria Kovalenchikova en Constance Visser, bronssculpturen van Relinde Kattenberg, objecten van Diederik Storms; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur; t/m 6 maart.

 WATERWAAS OVER WINTERTENTOONSTELLING

Er hangt een waterwaas over de wintertentoonstelling in galerie Oost 99 te Hoorn. Om precies te zijn over het geweldige drieluik ´Idem per Idem´, van Victoria Kovalenchikova. Aan het stadstafereel zijn technische vaardigheden, kunsthistorische kennis en een eigenzinnige omgang met verf en onderwerp te zien. Victoria Kovalenchikova is in 1978 geboren te Mogilev in Wit-Rusland. Sinds 2008 woont en werkt ze in Amsterdam. Haar driedelige stadsgezicht oogt op het eerste gezicht realistisch. Bij nadere beschouwing dringt de stilte van de omgeving door, die in tegenspraak lijkt met de levendige schilderkundige details. De wintertentoonstelling bevat meer schilderkunst. Emelie Jegerings uit het Belgische Deurne, schildert vrouwfiguren, veelal in rugaanzicht. Ze zijn uitgevoerd in gloeiende, emotionele roodtinten en passionele verfstreken. Terughoudender van karakter zijn de lyrisch, abstracte schilderijen van Constance Visser (1948) uit Schalkhaar. Visser werkt intuïtief. Door wegnemen en toevoegen van verflagen ontstaan gaandeweg poëtische beelden. ‘Alles verandert’ heet een gevoelig werk dat opvalt door teer kleurgebruik en eenvoud. Titels zijn ook belangrijk voor Willy van der Duyn (1950) uit Groningen. Ze combineert collage met acryl- en olieverf en verkent  de grenzen tussen figuratie en abstractie. De mixed media met de titel ‘Argeloos’ bevat een fraaie compositie van vormen, ritmes en structuren. De schilderijen van Vera Berkvens uit Enschede zijn figuratiever en hebben een onheilspellende lading. Zo hangt op het schilderij ‘Onrust’, een raadselachtige rode vlek boven de huizen. De tentoonstelling bevat ook bijzondere ruimtelijke kunst. Diederik Storms (1974) uit Bellingwolde in Groningen, combineert in zijn objecten oud en nieuw materiaal. Aan hypermodern transparant kunststof verbindt hij hout, steen of staal. Storms speelt met de verschillende lichtintensiteiten van het plexiglas. Zo versmelt hij de zichtbare werkelijkheid van hout of steen met iets ongrijpbaars onder de oppervlakte. Storms noemt het ‘Zielebeelden’ van een onbekende, innerlijke wereld. De bronssculpturen van Relinde Kattenberg (1963) uit Harderwijk hebben op een andere manier diepgang. In haar werk verbeeldt ze de relatie tussen God, mens en natuur. Ze wil Bijbelteksten omzetten in beeldtaal die iedereen aanspreekt. Voor de tentoonstelling modelleerde ze een aantal mensfiguren die groei, vertrouwen of kracht symboliseren. Zo valt op de wintertentoonstelling te genieten van passie, ritme, verfbehandeling, gevoelige modellering en boeiend materiaalgebruik. Niets te klagen dus? Toch wel. Hoewel de galeriehoudster vertelde dat het drieluik van Victoria Kovalenchikova uit stock kwam om een leeggevallen plek te vullen, voelt het als een gemis dat er slechts één zo´n prachtwerk van haar te zien is. Lida Bonnema

naar top

Herfstexpositie met kunstwerken van Joepe Bos, Alied Holman, Ninette Koning, Reinoud Kuipers, Karin Toma, Matty de Vries en Joop van Zeitveld; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur en op afspraak; t/m 19 december.

‘ZONDER HET EEN HEEFT HET ANDER GEEN BESTAAN’

Gele en rode herfstbladeren zijn momenteel buiten en binnen Galerie Oost 99 te bewonderen. Beeldend kunstenaar Reinoud Kuipers (1956) uit Groningen, vereeuwigde dit afvallige natuurverschijnsel in evenwichtige acrylcomposities. De bonte bladerpracht en zachte lichtval scheppen de sfeer van een rustige herfstdag. Nog gevoeliger verstild zijn de abstracte schilderijen van de Groningse Matty de Vries (1959). In wazig pastel schildert ze kleurvelden met basisvormen waar boven een andere vorm zweeft. Op enkele eigenzinnige accenten na gebeurt verder weinig in het beeldvlak. Toch hebben de subtiele kleurcombinaties en serene composities een spirituele werking. Het was een goede greep om deze schilderijen tegenover de doeken van Joepe Bos (1949) uit Zwolle te hangen. Zij gebruikt ook zachte kleuren maar heeft een beweeglijker penseelvoering. Waar dit bij Matty de Vries op onbewust niveau gebeurt, stopt Joepe Bos bewust een hogere lading in haar werken. Horizontale schakelkettingen symboliseren de onlosmakelijke verbondenheid tussen het hemelse en het aardse. Enigszins mystiek ogen eveneens de fraai gepatineerde bronzen mensfiguren van Alied Holman (1945) uit Emmen. Holman koos voor een geabstraheerde, hoekige vormgeving en speelt met de ruimtelijke verhoudingen en volumes van het menselijk lichaam. Zo’n authentieke kwaliteit bezitten ook de warm getinte schilderijen van de onlangs overleden kunstschilder Joop van Zeitveld (1945-2010). Gedurende zijn kunstenaarschap schilderde hij het liefst paarden. Zijn nieuwere schilderijen bevatten mythologische motieven en verwijzen naar fossielen en archeologische vondsten. Het meest bijzonder aan zijn schilderijen is de fraaie verfhuid. Het schilderij ‘Wall’ is zo mooi doorwerkt dat de illusie van een prehistorische grotwand ontstaat. Beeldend kunstenaar Karin Toma (1962) uit Deurne verbeeldt haar belevingswereld op uitbundiger wijze. Door de lineaire figuratie zijn het eigenlijk geverfde tekeningen vol vlinders, meisjes en andere lieflijke motieven. Je ziet dat Toma gestreefd heeft naar harmonie. Sommige werken zijn echter nogal druk vanwege de vele decoratieve details. Dit is natuurlijk ook een kwestie van persoonlijke smaak. Uitgebalanceerde eenvoud is wel een kenmerk van de wandobjecten van Ninette Koning (1962, Velp). Ze bestaan uit materiaal met een geschiedenis, zoals hout, lood, ijzer, reehuid, bladnerven en nog veel meer. Voor deze tentoonstelling vervaardigde ze een reeks materiecomposities op stukjes oud lei. Bladnerven contrasteert ze met repen herthuid, een touwtje of ijzeren ‘torenflats’. Deze tegenstellingen in kleur, formaat, vorm en textuur vertolken de hoofdgedachte achter haar hele oeuvre. Ninette Koning  ‘zonder het een heeft het ander geen bestaan’. Lida Bonnema

naar top

Nazomerexpositie: schilderkunst van Jan Aanstoot, Carry van Delft, Betty Serris, Adeline van Waning en Stefan Wolters, bronssculpturen van Fred Bellefroid, sieraden van Liesbeth Rommers; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 24 oktober.

Nazomertentoonstelling Galerie Oost 99 in het teken van experiment, vitaliteit en kleur

IN BRONS GESTOLD PELOTON

Het wielerseizoen nadert overal de finish, behalve in Galerie Oost 99 te Hoorn. Het peloton dat de Belgische beeldhouwer Fred Bellefroid (1945, Leuven) zo treffend modelleerde, is voor eeuwig in brons gestold. Ook de andere menssculpturen verbeelden levendige situaties uit het dagelijks leven. De bronzen zijn de enige figuratieve werken op de nazomertentoonstelling. De schilderende exposanten hebben een voorkeur voor abstractie. Zoals Jan Aanstoot (1948) uit Wierden. Sommige van zijn kleurrijke, lyrische doeken dragen dekkende verf en opvallende verfstreken. Op andere schilderijen is de verf luchtiger opgezet. Op een van de fraaiste werken ijlt de verf vanaf de randen naar een onpeilbaar licht. Het schildergebaar van Carry van Delft (1949), die haar atelier in Vlaardingen heeft, is energieker expressionistisch. Haar dynamische composities zijn opgebouwd uit ontelbare kleurrijke verfslierten en toetsen. De schilderijen van Betty Serris, die in Haarlem woont en werkt, zijn tegenovergesteld van karakter. Met minimale beeldmiddelen streeft ze naar maximale zeggingskracht. Strak geordende zwarte lijnen op spierwit doek scheppen de illusie van oneindige stedelijke ruimten. Er doet ook een eigenzinnige materieschilder mee aan de tentoonstelling. Stefan Wolters (1969) uit Leidschendam vervaardigt roestbruine oxideschilderijen, waarmee hij de grenzen tussen schilderij en wandsculptuur aftast. Koperdraad en ander afvalmateriaal, voegen een derde dimensie toe aan zijn werk. Experimenterend met olie, vet en vondsten ontstaan zo ruwmooie, sculpturale schilderijen die een element van verval in zich dragen. De mixed media van Adeline van Waning (1946) uit Amsterdam, zijn verfijnder. Met acryl, inkt, biester, houtskool, krijt en zelfgemaakte extracten, schept ze harmonische, verstilde composities. De eenvoud, het beheerste, trefzekere schildergebaar en het landschappelijke karakter, maakt dat ze enigszins Japans ogen. Goudsmid Liesbeth Rommers uit Apeldoorn, paart haar vakmanschap aan een rijke fantasie. Inspiratie put ze uit de natuur maar ook uit historische bronnen. Haar sieraden ogen feestelijk barok en worden met zorg gepresenteerd. Zo bekleedde galeriehoudster Anni Bakker de etalagepoppen met mysterieuze draperieën van kaasdoek, als ondergrond voor de sieraden. Rommers experimenteert graag met contrasterende materialen. Kettingen bestaan uit ronde stenen die bekroond worden met platte bladvormen. Andere sieraden zijn vervaardigd van hard en aaibaar materiaal. De ambachtelijke werken zijn niet alleen origineel maar hebben ook iets te vertellen. Ze verwijzen naar de natuur of verhalen over Kruisvaarders en andere helden. Zo staat deze nazomertentoonstelling in het teken van materiaalexperimenten, vitaliteit en kleur. Vooral de flitsende kleurdansen van Carry van Delft gloeien nog lang na op het netvlies. Lida Bonnema

naar top

Groepsexpositie: kunstwerken van Senad Alic, Griet (Margriet Gehrels), Ineke van Hal, Ronnie Helder, Aagje Pel, Jan Verschueren, Johan de Vries en Adelheid Zwollo; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 13 juni.

SCHOON SCHROOT, SCHALEN EN SCHILDERKUNST IN GALERIE OOST 99

Schoon schroot, schitterende schalen en boeiende schilderkunst, geven kleur aan een afwisselende groepstentoonstelling in galerie Oost 99. Acht beeldend kunstenaars tonen representatieve kunstwerken. Aagje Pel uit Bergen op Zoom, creëert collages van vondsten. Op witte panelen componeerde ze met stukken viool, resten bladmuziek en verweerd hout, een poëtische sfeer. De Belg Jan Verschueren (1962) heeft ook een voorliefde voor gebruikt materiaal. Zijn fraai verroeste assemblages van schroot, weerspiegelen vindingrijkheid en humor. Ze verbeelden een romantisch vrijheidsverlangen en ironiseren de menselijke bedrijvigheid. Een van de assemblages bestaat uit een geestig schrootfiguurtje, dat hoger en hoger klimt. Het beeld flankeert enkele abstracte schilderijen waarop Ineke van Hal (1954), die in Voorburg woont en werkt, bergplateaus suggereert. De doeken met tere tinten, dunne verflagen en gevoelige lijnvoering, dragen herinneringen aan intense natuurervaringen. De expositie bevat ook figuratieve schilderkunst. Zoals de ‘sprekende’ close ups van boerderijdieren die de Haarlemse Margriet Gehrels, zo vertederend penseelt. Mensen staan centraal op de doeken van Senad Alic, die in 1960 in Sarajevo geboren werd. Sinds 1992 woont en werkt hij in Nederland. Frontaal, in een spontane, tekenachtige stijl, schildert hij gezinnen en groepjes mensen die wachten of op weg zijn. Door de onduidelijke omgeving, de verschillende huidskleuren en de exotische kleding wordt een gevoel van ontheemding opgeroepen. Toch krijgt op deze fris gekleurde werken zwaarmoedigheid nergens de overhand. De nadruk ligt op hulpvaardigheid en plezier. De schilderijen van Ronnie Helder (1948) uit Haarlem, ontberen mens of dier. Zij vervaardigt, enigszins impressionistische, stillevens en atelierstukken. De aandachtig geschilderde doeken zijn evenwichtig gevuld zijn met voorwerpen, vlakken en lijnen. Het vele blauw, grijs en groen verleent rust aan de composities. De schilderijen van Adelheid Zwollo (1943) uit Amsterdam, zijn kleuriger en contrastrijker. De werken ogen als verstilde muziek vol kleurharmonie en ritme. Aan de tentoonstelling doet, uit onverwachte hoek, nog een colorist mee. Dat is glaskunstenaar Johan de Vries, die een studio/galerie in Nieuweschans heeft. In tegenstelling tot veel andere glaskunstenaars gaat hij niet uit van de vorm maar van de kleur. Zijn fraaie kommen en schalen onderscheiden zich door vloeiende, fijnzinnige kleurtekeningen. Galeriehoudster Anni Bakker heeft elk glasobject op kleur geplaatst bij de schilderijen en daarmee eenheid gecreëerd binnen de expositie. Een mooie tentoonstelling maken is ook een kunst! Lida Bonnema

naar top

Groepsexpositie met kunstwerken van Petra Berendsen-Poolen, Ben Bonke, Els van Rompu, Martha Waijop, Annemieke Wolter en Wim Zurné; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 18 april. (beide paasdagen geopend)

VAN ´BONKELANDSCHAP´ TOT BLAUWE REGEN

Langzaam maar zeker heeft Galerie Oost 99 een bijzondere plaats veroverd in het regionale kunstcircuit. Het consequent brengen van kwaliteit en de zorgvuldige presentaties maken dat iedere nieuwe tentoonstelling verwachtingen schept. Ook ditmaal is het weer genieten van uiteenlopende, boeiende kunstwerken. Zoals van de geabstraheerde bronssculpturen van Martha Waijop uit Beekbergen. Haar beelden kenmerken zich door een vloeiende, beweeglijke vormgeving en hebben rondom sculpturale kracht. De tentoonstelling bevat nog een ruimtelijk werk. De in Portugal woonachtige Ben Bonke (1950) vervaardigde een installatie met vijf reusachtige grassen. Hij beschouwt zijn sculpturen en zijn schilderkunst zozeer als eenheid, dat de halmen de voorgrond vormen van een aardkleurig materieschilderij. Hierdoor ontstaat een boeiend ‘Bonkelandschap’. Materie beheerst ook de doeken en acrylpanelen van Els van Rompu (1942) uit Antwerpen. Haar meeste werken zijn abstract, mysterieus en sfeervol. Verfbehandeling, structuren en geometrische vormen symboliseren de grootsheid van het universum of, in contrast daarmee, de roerselen van haar innerlijk. Petra Berendsen-Poolen (1966) die een atelier in St. Michielsgestel heeft, gebruikt materie en kleur om lucht en ruimte te scheppen op het doek. Haar werk oogt sereen en heeft een tijdloze schoonheid. Op zelfgeschept papier schildert ze de vlakken van groot naar klein in rustige tinten. Spaarzaam voegt ze levendige accentkleuren toe. Tenslotte zorgen gevoelige inktlijnen voor dynamiek. Zo ontstaan zuivere, meditatieve composities die vanwege hun harmonie een weldaad zijn voor de geest. De schilderijen van Annemarie Wolter (1956) die een atelier in Loosdrecht heeft, zijn complexer. Zij put inspiratie uit de natuur. Geen nabootsing van landschappen en bospartijen maar een samengaan van persoonlijke interpretatie en eigenzinnige verftoetsen. De fraai geschilderde Blauwe regen is een lust voor het oog. Schilder en graficus Wim Zurné (1953) uit Bemmel, schildert wel naar de werkelijkheid maar laat in zijn werk ook ruimte voor het spontane. Hij schildert vogeltjes en mensfiguren. De vogels zijn geschilderd tegen een mooie verweerde achtergrond en kregen gevoelige contouren. Uit deze gevarieerde tentoonstelling vol originele, zorgvuldig vervaardigde kunstwerken, blijkt dat thema en motieven pas op de tweede plaats komen. Niet het wat maar het hoe is het belangrijkste. Het is de persoonlijke manier waarop geschilderd, getekend of gemodelleerd is, die de tentoonstelling boeiend maakt. Lida Bonnema

naar top

Groepstentoonstelling met kunstwerken van Marijke Drost, Marly Freij, Marijke van Halen, Lia van Ham, Marlieke Overmeer, Marian Smit en Monique Wolbert; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur; t/m 21 februari 2010

ZEVEN VROUWEN, ZEVEN BEELDENDE VISIES

Zeven vrouwen, zeven beeldende visies. Wanneer er dan ook nog met zorg is ingericht, ontstaat er een expositie die boeit. Zoals de groepstentoonstelling in Galerie Oost 99 te Hoorn, waar naturalistische, poëtische, sfeervolle, excentrieke, ambachtelijke, geestige en fantasierijke kunstwerken te zien zijn. De schilderijen en beelden zijn uitgevoerd in uiteenlopende, soms heel bijzondere technieken. Zo vervaardigt Marian Smit uit Den Haag, latexschilderijen met levensgrote vrouwelijke naakten. Het speciale materiaal oogt als mensenhuid. De oppervlakte, die ze doorwerkt met een mengsel van pigmenten, vernis en terpentine, is hierdoor net zo beeldbepalend als de menselijke figuur zelf. Monique Wolbert uit Hengelo, schildert ook vrouwen maar dan excentriek en theatraal. Op het grote schilderij ´Sitting´ zorgen de warme kleuren, het interessante verfgebaar en de vlakverdeling, voor evenwicht en levendigheid. Gevoel voor harmonie blijkt ook uit de landschappelijke vergezichten van Marly Freij uit Zeist. Haar doeken zijn groot, kleurrijk en gelaagd. Opvallend is dat de rustige atmosfeer en niet de natuur zelf het hoofdmotief vormt. De tentoonstelling bevat ook bijzonder grafiek. De Amsterdamse Lia van Ham creëert zeefdrukken waarop ze tekeningen, teksten en kleurvlakken, speels met elkaar combineert. Zo ontstaan eigenzinnige beelden die associatief werken bij de kijker. Een van de meer dynamische zeefdrukken noemde ze ´Er tegen aan´ terwijl op ander grafiek een vrouwtjesvogel van borsten droomt. Vogels maar dan uitgevoerd in brons en steen, nemen ook een belangrijke plaats in binnen het oeuvre van Marijke Drost uit Bunnik. Deze winter pikt menig vogeltje een graantje mee in onze tuin zodat het opvalt hoe treffend Marijke Drost de vogels heeft gemodelleerd. Naamgenoot Marijke van Halen werkt ook driedimensionaal. Zij maakt fraaie keramische schalen en objecten. Door de natuurlijke kleuren en organische vormgeving doen ze denken aan zeeanemonen, koralen en wieren. De tentoonstelling bevat nog een bijzondere bijdrage. Dat zijn de ingetogen, poëtische schilderijen van Marlieke Overmeer uit Nijmegen. De werken tonen van oudsher vrouwelijke bezigheden, zoals boodschappen doen en de was ophangen. Hierdoor ontstaat het vermoeden van feministische uitgangspunten, maar dit blijkt ongegrond. Overmeer schildert juist de rijkdom aan bezigheden binnen een vrouwenleven, door het triviale te combineren met het creatieve. Karakteristiek voor Overmeer is de relativerende humor die de ernstiger onderlaag versluiert. Op een van de doeken getiteld ´Dracht´ is een vrouw geschilderd die een boodschappentas draagt. Een intrigerend detail is dat er op haar hoofd nog een hoofd rust. Draagkracht en geestkracht versmelten. Zo verbeelden de schijnbaar luchtige voorstellingen, op dieper niveau het vinden van vrede met het bestaan.

naar top

Groepsexpositie: schilderijen van Marga Klumper, Lia Schapendonk, Robbert Strüwer, Marije van Toledo en Esther van Veldhuijzen; keramiek van Jeltje van der Burgh; design van Malou Poelmans; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; t/m 30 november 2009

Designprimeur met tassen en accessoires van Malou Poelmans

WATERTANDEN IN GALERIE OOST 99

De nieuwe expositie in Galerie Oost 99 doet watertanden. Daartoe prikkelen de smakelijk ogende slagroomtaarten op de illustratieve schilderijen van Lia Schapendonk (1948) uit Heerhugowaard. Deze levensgenieter ziet haar werk als verlengstuk van haar persoonlijkheid. Dat moet een Bourgondische natuur zijn. De geestige schilderijen zijn bevolkt met mollige madammen die feestvieren tot kunst verheffen. Voor liefhebbers van abstractere kunst met fraaie verftoetsen en bijzondere structuren valt er ook te smullen. Zoals van de introverte schilderijen van Esther van Veldhuijzen (1971) uit Leusden. In sobere aardkleuren creëert ze een interessante verfhuid door gaas of ander ruw materiaal toe te voegen. Zo ontstaan sfeervolle, rustige werken. Soms wel erg subtiel zodat er nauwelijks uitdrukkingskracht overblijft. Smaken verschillen. Meer power hebben de schilderijen van Robbert Strüwer uit Huizen. Hij combineert tekenvaardigheid met schilderkunst, tot het stevige handschrift waarmee hij elegante, energieke naakten op het doek zet. Breedgeschouderd, actief en zelfbewust zijn het vrouwen die hun mannetje staan. Het gebruik van bootlak, tegellijm, cement en dunne autolakken verraadt experimenteerzin. Zo ontstaat de fraaie sjiekgrijze achtergrond waarop hij de vrouwen, met verfslierten rechtstreeks uit de tube, body geeft. Kleurrijker en bijna abstract zijn de schilderijen van Marije van Toledo uit Oosterhout. Door de expressionistische schildertoets schemeren levendige lijnen die zich losmaken uit herkenbare figuratie. Door deze bevrijding van de vorm, roepen de doeken gedachten op aan de schilderijen van de Russisch Franse kunstenaar Wassily Kandinsky (1866-1944), een van de grondleggers van de abstracte schilderkunst. Puur Hollandse motieven zijn te zien op de figuratieve werken van Marga Klumper, die een atelier in Leiden heeft. Typerend is een horizontaal schilderij met een fiets voor een lijn met wapperend wasgoed. Het doek is schilderkundig boeiend, omdat licht, lucht en ritme, prachtig samenvallen. Er is ook keramiek te zien. Jeltje van der Burgh uit Groningen, exposeert komvormen op bolpootjes. De kommetjes zijn fijnzinnig gedecoreerd met organische vlakken in landschappelijke kleuren. Het toetje van de tentoonstelling is een primeur. Voor het eerst presenteert Galerie Oost 99 toegepaste kunst, een collectie lederen damestassen en accessoires van Malou Poelmans. Deze jonge ontwerper komt uit Gendt en studeerde in 2007 af aan de kunstacademie te Arnhem. De tassen vallen op door het eenvoudige, elegante ontwerp en de creatieve details. Zo blijft de galerie groeien. Na het starten van een eigen kunstuitleen, enkele maanden geleden, staat nu het presenteren van kwaliteitsdesign in de startblokken. Lida Bonnema

naar top

Groepsexpositie met schilderijen, bronssculpturen en keramiek; Galerie Oost ’99, Grote Oost ’99, Hoorn; t/m 11 oktober 2009

ALLES IS RITME OP SCHILDERIJEN VAN HASSAN MOSLEYANI

WAUW! Zomaar een groepsexpositie in Hoorn. Sta je ineens voor zulke intense schilderkunst dat het duizelt voor ogen. Alles is ritme. De aanstichter van deze plezierige verwarring, Hassan Mosleyani (1961),is geboren in Busheher te Iran. Sinds 1993 woont hij in Nederland. Hier bouwt hij driftig aan een verfijnd abstract oeuvre. Neem het olieverfschilderij ‘Horizon’. Het heeft de tinten van een pauwenveer in een zee van golfbeweging. Dat dit schilderij sterk appelleert aan het esthetisch gevoel moet iets te maken hebben met de mix van energieke spontaniteit en uiterste geconcentreerdheid van de kunstenaar. De doeken bevatten geen middelpunt. Elk stukje van de compositie is even aandachtig doorwerkt. In het golvende schildergebaar komen krommingen van het Arabische schrift en details van oosterse ornamentiek terug. Dat we van deze visuele poëzie kunnen genieten is te danken aan galeriehoudster Anni Bakker. Met gevoel voor kwaliteit en originaliteit schuimt ze internet, kunstbeurzen en kunstmarkten af, op zoek naar bijzondere exposanten voor Galerie Oost ’99. Daarbij kiest ze niet altijd de gemakkelijkste kunstwerken. Zo blijkt uit de schilderijen met reisherinneringen van Ineke van Hal (1954) uit Voorburg. De in Hoorn tentoongestelde werken refereren aan landschappen in Noorwegen. Ze gaan dieper dan het weergeven van de concrete werkelijkheid. De verdunde verflagen en ijle lijnvoering vormen een gevoelige weerslag van ervaringen en indrukken van de kunstenaar. Er is meer schilderkunst te zien. Zoals de geabstraheerde bloemcomposities van Gerda Bontenbal (1949) die deels in Oisterwijk, deels in Zuid- Frankrijk vertoeft. Haar schildergebaar bestaat uit brede, uitbundige verfstreken waarmee ze sfeervolle bloemcomposities schept, die veel mensen zullen aanspreken. Bontenbal put haar inspiratie uit de natuur. Mede-exposant Elly van den Eertwegh is vooral een mensenmens. Hoewel ze ook gesteenten en architectuur schildert ligt haar kracht in het schilderen van mensen en hun relaties. De beeldtaal is bijna sculpturaal en vereenvoudigd tot stevige volumes en vormen. Toch is er zeggingskracht. Omdat ze de mensen dicht tegen elkaar, in een onbestemde omgeving plaatst, ontstaat er een sfeer van verbondenheid. Iets wat nog versterkt wordt door het warme kleurgebruik. De tentoonstelling bevat ook driedimensionale kunstwerken. Zoals de bronssculpturen van Danielle Orelio (1943) uit Burgh-Haamstede. Grappig zijn de ‘Voor de wind’ beelden. De verwaaide haren en kleding van de alleenstaande, of groepsbeelden, zijn levendig gemodelleerd. Veel primitiever ogen de keramische werken van Salvatore Scavone (1961) uit het Belgische Genk. Allemaal rode kleibeelden, schoon van ruwheid. Zijn Italiaanse roots komen terug in decoratieve details die ontleend zijn aan de Etrusken. De expositie is met zorg ingericht. Ondanks de uiteenlopende kunstwerken vormt de presentatie een organisch geheel, met de repeterende toetsen van Mosleyani als krachtige polsslag. Lida Bonnema

naar top

VAN PICTOGRAPH TOT POPPENKASTJE IN GALERIE OOST 99

Groepsexpositie met schilderijen en beelden: Galerie Oost 99, Grote oost 99, Hoorn; t/m 21 juni (2e Pinksterdag geopend).2009

Een nieuwe groepstentoonstelling in galerie Oost 99 is iets om naar uit te kijken. Ditmaal hangen en staan er interessante kunstwerken van negen kunstenaars. De beelden van zowel Han Willigers als Eddie Symkens hebben als uitgangspunt het menselijk lichaam. Hun beeldtaal is totaal anders. De vrouwelijke bronzen van Willigers (1945) uit Sittard zijn expressief en gebaseerd op een realistische vormgeving. De keramische mensfiguren van de Belg Eddie Symkens (1964) zijn moeilijker te duiden. Zware vormen en werksporen leggen de nadruk op het materiaal en het ontstaansproces. Maar de primitieve, intense vormgeving heeft ook iets ontroerends en legt gevoelens van de mens bloot. De geëxposeerde schilderkunst en grafiek is net zo boeiend. Hilly van Eerten (1957) uit Amsterdam, toont gelaagde stadsbeelden van Rotterdam en Manhattan. De uit Haarlem afkomstige Annemieke Waasdorp schildert huisjes en torentjes op een rode ondergrond. De grappige vormgeving lijkt ontleend aan blokkendozen van kinderen. De beeldtaal van de Groningse Joke Schepers (1956) is mysterieuzer en zachter van kleur. Uit een omfloerste achtergrond doemen menselijke figuren op. Hans van den Eertwegh (1943) uit Sittard, schildert laag over laag in heldere, optimistische kleuren. Zo ontstaan krachtige geabstraheerde composities met een of twee mensen. De Limburgse Sonja Reedijk (1946) wordt gefascineerd door structuren, beweging en ritme. Dit krijgt gestalte in een serie etsen getiteld Pictograph, waarop de beweeglijkheid van water het oog pleziert. Sommige schilderijen hebben een theatraal karakter. Zo geeft Caroline Weber uit Haarlem, haar geabstraheerde mensfiguren weer door ze uit te lichten in een nachtelijke achtergrond. Het balanceren tussen figuratie en abstractie kenmerkt de meeste kunstwerken. Portretschilder Maaike Vonk (1956) uit Heemskerk werkt anders. Bij haar staat het ambacht van het schilderen centraal. Sommige van haar schilderijtjes ogen naar voorstelling en techniek als historische portretten. Vonk heeft zich verdiept in kunsthistorie en kostuumgeschiedenis. Kragen en haardrachten heeft ze vakkundig, met gevoel voor stofuitdrukking en sfeer, geschilderd. Diverse van deze prachtwerken dateren van enkele jaren eerder. Haar recente werk bestaat uit kastjes met een poppenhoofdje er in. Niet van een ravotpop maar van zo’n deftige sierpop. Tussen de fijnzinnige schilderkunst een merkwaardige toevoeging. Waarom maakt iemand die zo prachtig kan schilderen zulke ´poppenkast’? Maaike Vonk: ‘deze ontwikkeling van het platte vlak naar het driedimensionale bestaat al langer. Op enkele schilderijen zie je al toevoegingen uit de werkelijkheid, zoals echt haar of een kraag. Vroeger schilderde ik zelfverzonnen vrouwtjes met hoedjes, van daar is het een kleine stap naar de poppen. Eigenlijk ben ik portretschilder maar je hebt niet altijd een opdracht onder handen. De poppen vervaardig ik als vrij werk’. Een kunstenaar moet vooral eigenzinnig zijn. Maar vooralsnog legt het driedimensionale werk het af tegen de fraaie schilderijen.

naar top

LENTEBRIES IN GALERIE OOST 99

Expositie: ‘Lentebries’, schilderijen en sculpturen van acht kunstenaars; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; t/m 26 april 2009

Schilderijen met fluitekruid en buiten spelende kinderen zijn tekenen aan de wand dat in de Hoornse galerie Oost 99 het voorjaar is begonnen. Op de tentoonstelling ‘Lentebries’ exposeren An Beerman, Sylvie van Hulle, Francisca Kalmijn, Antonio Poioumen, Marie Raemakers en Antje Sonnenschein hun recente schilderijen. Rob Logister en Monique Spapens laten nieuwe beelden zien. Anni Bakker heeft zorg aan de tentoonstelling besteed. Het bleek echter niet eenvoudig om acht kunstenaars goed te presenteren. ’Ik kon er een nacht niet van slapen’ zo schetst de galeriehoudster haar inrichtingsperikelen. ´Er zijn beelden ingeleverd die ruimte eisen terwijl andere werken juist intimiteit vragen´. Zo bracht Rob Logister (1959) uit Amsterdam, een gigantische tulp (2 x 3 m) van staal mee. Het beeld laat de kijker krimpen tot Pinkeltje en iets heel gewoons vanuit kabouterperspectief beschouwen. Behalve de zwarte tulp bracht de beeldhouwer een serie roestvrijstalen orchideeën mee. Het werkt vervreemdend de tere bloemen uitgevoerd te zien in zwaar materiaal. De galeriehoudster plaatste ze bijna ondersteboven. Een eigenzinnige ingreep die de grillige vormgeving benadrukt en de schaduwwerking benut. Bovendien heeft ze de orchideeën zo over de vloer geslingerd dat ze een visuele schakel vormen met de bloemcomposities van Marie Raemakers (1959). Deze kunstenaar uit Amsterdam maakte al in haar academietijd de keuze alleen bloemen te schilderen. Composities met uitvergrote bloemen zie je vaker. De werken van Raemakers onderscheiden zich. Haar bloemen zweven als losse elementen in de ruimte. Met de kleuren is ook iets loos dat pas later opvalt. Uitgebloeide bloemen schildert ze in frisse tinten, net ontloken kelken voert ze uit in herfstige mengtonen. Zo benadrukken de weelderige composities levenskracht en groei. Een vitaliteit die ook de bronzen van Monique Spapens (1967) uit Harderwijk kenmerkt. Zowel de torso’s als de krachtige dierbeelden worden paarsgewijs, tegenover elkaar gepresenteerd. Alleen al uit de beide stieren, twee schitterende unica´s, blijkt dat ze zo elkaars vormgeving versterken. Kracht spreekt ook uit de schilderijen van Antje Sonnenschein (1952) uit Wirdum. Zij is geboren en getogen in de omgeving van Bremen. Dit landschap herkende ze op het Groninger platteland. Haar beleving van de kleuren, de akkers en de wijde blik, heeft ze weergegeven  via een stevig schildergebaar. De kijker kan het meebeleven.  Deze stoere, zichtbare verfstreken contrasteren met de verstilde verfbehandeling van de Belgische Sylvie van Hulle. Zij schildert fraaie omfloerste gevoelsbeelden. Meestal wazige vergezichten die vermoedens oproepen van bebouwing. Uit het bovenstaande blijkt al dat er op de expositie sprake is van diversiteit in verfbehandeling. Bij Antonio Poioumen zie je een boeiend samengaan van allerlei materie. Verf, papier, kippengaas en nog veel meer voegt hij samen tot esthetische structuren. Levendige royale verfstreken, veelal in rood , voegen passie toe. Zijn recente werk is lyrischer. In goudgele ondergrond is een levendig ritme van stroken krantenpapier bevestigd waaruit twee kelkvormen oprijzen. De tentoonstelling bevat nog meer schoons. Een verrassing in schilderkunstig opzicht vormen de schilderijen van An Beerman. Deze kunstenaar is in 1928 geboren op Borneo, verhuisde naar Amsterdam maar woont tegenwoordig in Andelst. Ze heeft al zestig jaar een gedisciplineerd kunstenaarsleven dat beheerst wordt door onverminderd verlangen tot schilderen. Van haar hand komen wondermooie poëtisch realistische schilderijen. Haar palet bevat vooral bleke, introverte kleurtonen. Allemaal gele, groene en pastelkleurige verftoefjes die ze zorgvuldig naast elkaar op het doek plaatst. Een aandachtige schilderwijze die je tegenwoordig niet veel meer ziet. Op het schilderij ´Eia pom peia´ spelen kinderen een klapspelletje. Andere doeken tonen kinderen die schaduwhertjes maken op de muur, tuingeluk of een circustafereel. Maar ´onder de verfhuid´ huist iets raadselachtigs dat niet direct te duiden is. Het zit hem in de gezichtsuitdrukkingen van de kinderen of eigenlijk in het onaardse daarvan. Mevrouw Beerman, die blij verrast is over mijn belangstelling, licht telefonisch graag een tipje van de sluier op. Door de kindergezichten zo bijzonder te schilderen, voegt ze de magische lading aan de schilderijen toe die hoort bij de kindertijd. Een betovering die te horen is in de bezwerende teksten van liedjes als Witte zwanen, zwarte zwanen, Kleine Rosa zat op ene steen, en allerlei vreemde aftelrijmpjes. Met deze wetenschap zie je de ogenschijnlijk heel gewone voorstellingen met andere ogen en geniet je er nog meer van. Dezelfde overgave aan het schilderen als An Beerman, valt af te lezen van de schilderijen van Francisca Kalmijn (1960) uit Amersfoort. Haar werk is verfijnd en sprookjesachtige. Een natuurlyriek met overvloedige plantengroei en oplichtende vijvers. Deze intense kleur- en lichtsensaties met veel warm goudbruin werken als een magneet. Je blijft er naar kijken. Wekken deze schilderijen bij de kijker al verbazing, de kunstenaar verwondert zich zelf ook regelmatig over het eindresultaat: ‘wat ik ook verzin, het gaat altijd een eigen leven leiden in een richting die ik niet bedenk’. Zo legt Francisca Kalmijn onbewust een gevoelige onderstroom vast die mensen raakt en te voorschijn komt in een goed kunstwerk.

naar top

KIJKEN DOE JE MET JE HART

Groepsexpositie: ‘Crisis? Wat crisis! Kunst verrijkt’. Met kunstwerken van: Ger Driessen, Rie van Eijck, Baukje Hiemstra, Barbara Kluiver, Ineke van Koningsbruggen, Michael Lasoff en Mappie van Nieuwland;  t/m 1 maart 2009

De geestige sculpturen van beeldhouwer Barbara Kluiver (1966) uit Laren, vangen de blik op de nieuwe groepsexpositie in Galerie Oost 99 te Hoorn. Typisch sculpturale motieven, zoals het menselijk lichaam of delen daarvan, verbeeldt ze via eigenzinnige ruimtelijke verhoudingen. Daarnaast speelt ze met het contrast tussen transparantie en massa. Zo zijn in het spannende beeld ‘Binnenbenen’, organische, lichamelijke vormen gecombineerd met een hoekig, metalen buizenframe. Voor het beeld ‘Vinger (ik)’ is uitsluitend hout gebruikt. Het oogt mooi dat de vorm van het hout meespeelt in de sculptuur. Dit werk verwijst naar de tijd waarin een kind nog het middelpunt van de wereld denkt te zijn. Het is deze kinderlijke onbevangenheid die fotograaf Baukje Hiemstra (1959) uit Blaricum ook onderzoekt. Zij ensceneert portretten waarin realiteit en fictie zich vermengen. Herinneringen aan haar jeugd voegt ze samen met de ernstige blik van heel jonge meisjes. Ze kijken nooit vrolijk waardoor ze de nadruk legt op de onzekerheden die kinderen kunnen hebben. Zo kan Hiemstra ervaringen van vroeger verbeelden zonder al te biografisch te worden. Dit vanuit de veronderstelling dat ingrijpende gebeurtenissen nogal eens door het geheugen worden verdikt waardoor ze onbetrouwbaar zijn. Een van de manieren waarop de fotograaf haar foto’s ensceneert is door de meisjes feloranje hoofdbedekking te laten dragen. Door middel van spotlights worden ze geïsoleerd uit hun normale omgeving. Zo ontstaan vervreemdende, onbehaaglijke portretten, beladen met eenzaamheid en onthechting. De schilderijen van Rie van Eijck (1953) uit Zuidwolde, zijn blijmoediger. Allemaal feestelijke, heel vrouwelijke werken in fraaie kleuren. Tegen een rustige achtergrond figureren dames in mooie jurken. Soms verrijkt ze haar voorstellingen met stukjes vreugdevolle poëzie. Sterke uitschieter is ‘Nest met rozen’ waarop ze een geestige, persoonlijke versie van ‘De drie gratiën’ heeft neergezet. De mens staat ook centraal op het grafische werk van Ger Driessen (1952) uit Nijmegen. Dun Nepalees graspapier, heeft ze verwerkt tot eenvoudige kleding en bedrukt met primitieve beeldtaal. Zo hangen er enkele zwart/wit topjes met tekeningen die doen denken aan archeologische vondsten en grotschilderingen. Op een kleuriger gewaad bracht ze horizontale banen aan van geabstraheerde figuren. Allemaal anonieme mensportretten die verschillende fasen van het bestaan representeren. Door de manier waarop ze de afbeeldingen rangschikt komen gedachten op aan mummiewindsels. De dood blijkt vaker een belangrijke inspiratiebron. Al diverse malen reisde Driessen naar Silkeborg in Denemarken, om te kijken naar de Tollundman en andere veenlijken. Iets van de ontroering die de eeuwenoude lichamen bij haar teweegbrachten heeft ze zo fraai verwerkt in haar grafiek, dat ze de dood lijkt te bezweren. Michael Lasoff ( Chicago,1948) uit Haarlem, schildert ook mensfiguren. Zijn werk is de laatste jaren veranderd. Werd het vroeger gekenmerkt door heftige contrasten in kleur en schildergebaar, tegenwoordig zijn de beelden rustiger en voorzien van gloedvolle brons- en krijtachtige zilverkleuren. Zo hangt er het enorme (150 x 390 cm ) acrylschilderij ‘Acrobats in dry land’. Op het doek is een zilvergrijze, mysterieuze wereld neergezet waarin mensfiguren een theatrale dans opvoeren. Vorm en kleur versterken elkaar. Op het bronskleurige ‘Red Earth’, is een liggende menselijke figuur te onderscheiden op de grens van het schilderachtige en het getekende. De expositie bevat ook volledig vereenvoudigde kunstwerken. De abstracten van Ineke van Koningsbruggen (1943) uit Vught, zijn in de kern landschappelijk van karakter. Het Franse landschap, maar ook delen van Toscane zijn voor haar geliefd terrein. Hier zoekt ze de natuur op, kijkt, schetst en neemt haar beeldende notities mee naar het atelier. Daar vertaalt ze de impressies in stevige lijnen en vlakken. Op de tentoongestelde, gelaagde doeken is de werkelijkheid volledig verdwenen. Toch is het genieten, want krachtige, geconcentreerde composities in terughoudende aardkleuren resteren. Er is meer abstract werk te zien. Mappie van Nieuwland (1967) uit Waalre schildert met acrylverf sfeervolle, kleurrijke doeken. Soms voegt ze gevonden materiaal toe, zoals zink. Op andere werken is roest verwerkt. Brede kwaststreken, vingerafdrukken en sporen van het gebruik van paletmessen zijn zichtbaar. Zo ontstaat een boeiende verfhuid. Op diverse schilderijen vallen kleur en schildergebaar samen. Zoals op Red Black, Red Force of Red in mist. De voorkeur voor de kleur rood maakt de werken emotioneel beladen. Het past bij haar motto: ‘Kijken doe je met je hart’. Maar eigenlijk kun je aan de hele tentoonstelling je hart ophalen, want originaliteit en beeldkracht bepalen het werk van alle exposanten. Lida Bonnema

naar top

‘ER IS EEN ZON EN EEN MAAN’ IN GALERIE OOST 99

Groepsexpositie: ‘Er is een zon en een maan in elke familie’; werken van Ellen Boswijk, Evert van Fucht, Piet van Riel, Kees de Waal, Gerina Zonder; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur; t/m 21 december.

‘Er is een zon en een maan in elke familie’, heet de huidige expositie in galerie Oost 99 te Hoorn. Een titel die verwijst naar een ets van exposant Kees de Waal. In ruimere zin refereert het aan de galerie zelf. De afgelopen tijd bleek er ‘een zon en een maan’ in elke tentoonstelling. Ook de huidige tentoonstelling is weer ingericht met introverte en extraverte kunst. Met droombeelden en voorstellingen naar de werkelijkheid. Een beetje geheimzinnig zijn de zoutwerken van Ellen Boswijk uit Amsterdam. De subtiele installaties zijn het vervolg op het voorproefje dat ze de afgelopen septembermaand al liet zien. Boswijk wordt gefascineerd door de transparantie van glas, de kleur blauw en de eigenschappen van zeewater. Hiermee bedacht ze sculpturen die zich zelf vormgeven. Het duurt wel een tijdje. Een van de installaties verkeert nog in het beginstadium maar levert nu al een boeiend beeld op. Vanaf het plafond loopt een cirkel van strakgespannen draden uit in een platte blauwe schaal op de vloer. De schaal is gevuld met zout water. Het is de bedoeling dat het zout na verloop van tijd omhoog kruipt langs de draden. Voorlopig zijn alleen nog witte zoutwolkjes zichtbaar. Andere installaties zijn verder gevorderd. Ingelijst achter glas hangen witte of lichtblauwe draadvormen waarop korrelig zout is afgezet. Sommige draden zijn geïnstalleerd in glazen vazen met helder of gekleurd water. Voor wie het proces van begin tot eind wil volgen heeft Boswijk aardige doe het zelf pakketjes ontworpen. De tere draadinstallaties verschillen hemelsbreed van de stevige bronzen beelden van Evert van Fucht (1939) uit Drenthe. Hij wordt geboeid door de diversiteit van flora en fauna. Hierbij heeft hij niet alleen oog voor de kracht van groei en bloei maar ook voor het verval. Wat hij ziet inspireert hem tot het bedenken van nieuwe vormen. Daardoor doen zijn beelden denken aan stukjes natuur maar dan net even anders. Soms combineert hij verschillende dieren met elkaar of met details uit het plantenrijk. Zo kun je in het beeld ‘Silent partner’ zowel een roofvogel, een rog, als een bladvorm onderscheiden. Het beeld ‘Enclosed’ bestaat uit een combinatie van een gesloten, afgeronde kern met een sierlijke, opengewerkte buitenlaag. Het werk ‘Burnout’ heeft dezelfde luchtige structuur. De spannende, uitgebalanceerde eivorm loopt over in vleugels. Van Fucht voorzag de bronzen van een fraaie verweerde natuurkleur, die oogt als boomschors of herfstblad. De expositie bevat ook schilderkunst. Piet van Riel (1951) uit Oosterhout en Gerina Zonder (1950) uit Tubbergen tonen schilderijen die ontstaan zijn vanuit tegenovergestelde schilderkundige opvatting. Van Riel gaat uit van een expressief, spontaan schildergebaar en een gepassioneerd kleurgebruik. Op het schilderij ‘Koloriet’ overheerst heftige vuurrode verf. Het werk ‘Strijd om geel’ heeft de helderheid van een zonovergoten dag. Soms zijn van enige afstand figuratieve elementen te onderscheiden. Zoals op ‘Eerste vlucht’, een tweeluik waarop tussen de levendige verfstreken, jonge vogels opdoemen. Het contrast met de fraaie, bijna meditatieve schilderijen van Gerina Zonder kan niet groter. Zij heeft haar emoties en herinneringen geordend. Zo ontstaat rustige, beheerste beeldtaal, waarin gevoel en verstand in harmonie zijn. Het beeldvlak is verdeeld in grote aardkleurige vlakken. In de gelaagde verfhuid is gekrast, geschuurd of gevlekt. Fragmenten uit de werkelijkheid nemen een bescheiden plaats in. Ze zijn er wel, zoals een feestjurk, de contouren van bloemen of intrigerende schaduwpartijen. De terughoudende figuratie maakt duidelijk dat verfbehandeling en beeldtaal nergens in dienst staan van een anekdotische voorstelling. Dit is wel de drijfveer achter de werken van Kees de Waal (1922), die tegenwoordig in de Verenigde Staten woont. Deze, voormalige eigenaar van een textielketen, is een verhalenverteller. Daartoe vult hij zijn etsen en aquarellen tot in de uiterste hoeken met illustratieve, decoratieve beeldtaal. Allemaal kleurrijke voorstellingen die gemakkelijk te begrijpen zijn. Een andere constante is het dualistische karakter van de voorstellingen. Zijn uitgangspunt is vaak een situatie uit de werkelijkheid die hij vervolgens doorspekt met details uit de fantasie. Daardoor krijgen meerdere gedachten gestalte op een werk. Voor De Waal vormt elk nieuw beeldvlak een speelterrein waarop hij met alle mogelijke middelen droomwereld en realiteit combineert. Zelf bedachte of bestaande gedichten, bladmuziek en suggestieve titels manipuleren de invalshoek en maken deel uit van het totaalbeeld. Hij plaatst het komische naast het tragische, noteert ironie naast poëzie. Door deze beeldende rijkdom blijkt er letterlijk en figuurlijk ook ‘een zon en een maan’ binnen zijn oeuvre. Het is alleen al te zien aan de levendige circustaferelen en het poëtische ‘Vogels zijn het dichtst bij de goden’. Ze verschillen van elkaar als de dag van de nacht. Lida Bonnema

naar top

DROOMBEELDEN EN INNERLIJKE LANDSCHAPPEN OP NAJAARSEXPOSITIE

Najaarsexpositie: schilderijen en beelden van Mieke Beijer, François Blommaerts, Ine de Charro, Jan van Strien, Bernard Visser en Wil van der Weele; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 9 november.

De verbeelding regeert op de najaarsexpositie in Galerie Oost 99 te Hoorn. Beelden en schilderijen naar de natuur zijn er niet te zien. Elk van de exposanten werkt naar de fantasie.  De Belg François Blommaerts (1955) spreekt zelfs van parallel realisme als aanduiding voor zijn droombeelden. Al vanaf zijn studie, eerst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, daarna aan het Nationaal Hoger Instituut Monumentale Kunsten en Textiel, bruist hij van de ideeën. Deze geeft hij gestalte in schilderijen, wandschilderingen, objecten, aquarellen en handgemaakte tapijten. Je vraagt je af of deze veelzijdige kunstenaar zichzelf niet te kort doet door mee te doen aan een groepsexpositie waar hij maar een fractie van zijn kunnen kan laten zien. Wat hij exposeert is speels en esthetisch. Zo staat er een vierpotig dierfiguur met blinkende ‘schubben’. Er zit iets geslagens in de houding van het dier waardoor je denkt aan een outcast, zoals een verstoten wolf of zwerfhond. Even verder staat een geestige beeldengroep, die bestaat uit grote witte kippen die bezig zijn van gedaante te veranderen. Ze zien er zo lichtvoetig en glad uit dat je nauwelijks kan geloven dat ze opgebouwd zijn uit verlijmd plaatmateriaal. Wordt Blommaert gefascineerd door metamorfoses en afwisseling van leefomgeving? Er is te weinig van hem tentoongesteld om hier met zekerheid uitspraken over te doen. Maar het lijkt voor hem een uitlaatklep tegen vastroesten in het bestaan. Ook de derde bijdrage, de ‘Thuispoort’, sluit hier thematisch bij aan. Bovenop een grillige poortvorm slaat een juist ontpopte vlinder de vleugels uit. Behalve deze extraverte beelden van Blommaerts bevat de expositie een ruimtelijke bijdrage van beeldhouwer Mieke Beijer (1951) uit Beek en Donk. Haar beelden zijn introverter. Ze hakt vrouwelijke figuren uit steensoorten die in kleur en hardheid variëren. Beijer is grotendeels autodidact. Ze creëert vrouwbeelden die bestaan uit massieve ronde vormen, maar hakt ook torso’s die hoekiger vormgegeven zijn. Gladde gepolijste delen wisselt ze af met ruwe details en inkervingen. In de loop der tijd is ze er in geslaagd een mooie, intieme beeldtaal te ontwikkelen. Ook op de eigenzinnige gemengde technieken van autodidact Wil van der Weele uit Harderwijk staan vrouwen en dingen die hen bezig houden centraal. Het schilderproces is voor haar minstens zo belangrijk als het eindresultaat. Op humoristische wijze noteert ze de kleine vreugden uit het bestaan. Om ruimtelijke verhoudingen maalt ze niet. Zo hangt er het schilderij ‘De gelukkige afwas’ met borrelend schuim en kleurig vaatwerk. Tafeltjes met uitgerekte poten dansen zo grappig over het doek, dat ze puur plezier overbrengen. Zeggingskracht hebben al haar doeken. Soms op onverwachte wijze, want waar scherven doorgaans staan voor ongeluk, vormen ze bij Wil van der Weele gelukssymbolen. Net zo’n enthousiast schilder als Wil van der Weele is Ine de Charro uit Lage Vuursche. Haar schilderijen variëren van figuratief tot abstract, waarbij tal van thema’s aan de orde komen. Vanwege de snelle droogtijd werkt ze het liefst met acryl maar ze vervaardigt ook werken in olieverf. Constante factor is een gretig kleurgebruik. Een grotere bijdrage aan de tentoonstelling wordt geleverd door Jan van Strien (1963) uit Kaatsheuvel. Aanvankelijk was hij tuinarchitect, maar gaandeweg werd het schilderen zijn levensvervulling. Hij werkt het liefst in series. Een van die reeksen bestaat uit schilderijen met abstracte, horizontale composities. Mooie, rustige werken die door de subtiele grijs-blauwe kleuren, gedachten oproepen aan zeegezichten. Er zijn ook kleinere werken te zien. Deze vragen concentratie van de kijker. Haast tastend geschilderd, vormen ze gevoelige, innerlijke landschappen. Het komt de expositie als geheel ten goede dat er meer series te zien zijn van Jan van Strien. Hierop vormen kleuren, lijnen en hoekige vlakken boeiende asymmetrische composities, waarin bovendien stukjes leer, jute, zand en cement zijn verwerkt. Dergelijke materie kenmerkt ook de panelen van Bernard Visser (1945) uit Weert. Daarnaast vertellen zijn werken over het verstrijken van de tijd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het prachtschilderij ‘Tussen water en lucht’, waarop een mens worstelt tussen eb en vloed. Visser werkte vroeger als onderwijzer in Curaçao. Weer terug in Nederland volgde hij kunstopleidingen aan de Stadsacademie en de Jan van Eijck Academie te Maastricht. Zijn werkwijze is een verhaal apart. Als hedendaagse fossielen liggen er handafdrukken, schuursporen en inkervingen in de ruwe verfhuid. De staande of springende mensfiguren zijn primitief getekend. Soms met houtskool, soms louter ingekerfd. Daardoor ogen de panelen als prehistorische grottekeningen, vervallen fresco’s of aangetast graffiti. Met deze oerbeelden stelt Visser zich te weer tegen de vluchtigheid van het bestaan. Een van de meest indringende werken heet ‘Remember me’. Hierop heeft hij sporen uitgezet voor het nageslacht en verzacht zo de wetenschap dat alles voorbij gaat.

naar top