|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
galerie OOST 99
|
|
|
 |
|
|
|
recensies NoordHollands Dagblad
door Lida Bonnema
|
|
|
|
www.lidabonnema.webs.com
|
|
|
|
expositie 03 jan. t/m 21 feb. 2010
|
|
|
expositie 17 aug. t/m 29 nov. 2009
|
|
|
expositie 30 aug. t/m 11 okt. 2009
|
|
|
expositie 03 mei t/m 21 juni 2009
|
|
|
expositie “lentebries” 08 mrt. t/m 26 apr.. 2009
|
|
|
crisis? wat crisis, kunst verrijkt! 11 jan. t/m 01 mrt
|
|
|
|
expositie er is een zon .... 16 nov. t/m 21 dec. 2008
|
|
|
expositie 05 okt. t/m 09 nov. 2008
|
|
|
expositie “van dromerijen tot knulpen”
|
|
|
expositie 08 jun. t/m 27 jul. 2008
|
|
|
“expositie om stil van te worden” 13 apr. t/m 01 jun.
|
|
|
“no nonsenz” 17 feb. t/m 06 apr. 2008
|
|
|
expositie 09 dec. t/m 27 jan. 2008
|
|
|
expositie 14 okt t/m 02 dec. 2007
|
|
|
|
Groepstentoonstelling met kunstwerken van Marijke Drost, Marly Freij, Marijke van Halen, Lia van Ham, Marlieke Overmeer, Marian Smit en Monique Wolbert; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur; t/m 21 februari.
ZEVEN VROUWEN, ZEVEN BEELDENDE VISIES
Zeven vrouwen, zeven beeldende visies. Wanneer er dan ook nog met zorg is ingericht, ontstaat er een expositie die boeit. Zoals de groepstentoonstelling in Galerie Oost 99 te Hoorn, waar naturalistische, poëtische, sfeervolle, excentrieke, ambachtelijke, geestige en fantasierijke kunstwerken te zien zijn. De schilderijen en beelden zijn uitgevoerd in uiteenlopende, soms heel bijzondere technieken. Zo vervaardigt Marian Smit uit Den Haag, latexschilderijen met levensgrote vrouwelijke naakten. Het speciale materiaal oogt als mensenhuid. De oppervlakte, die ze doorwerkt met een mengsel van pigmenten, vernis en terpentine, is hierdoor net zo beeldbepalend als de menselijke figuur zelf. Monique Wolbert uit Hengelo, schildert ook vrouwen maar dan excentriek en theatraal. Op het grote schilderij ´Sitting´ zorgen de warme kleuren, het interessante verfgebaar en de vlakverdeling, voor evenwicht en levendigheid. Gevoel voor harmonie blijkt ook uit de landschappelijke vergezichten van Marly Freij uit Zeist. Haar doeken zijn groot, kleurrijk en gelaagd. Opvallend is dat de rustige atmosfeer en niet de natuur zelf het hoofdmotief vormt. De tentoonstelling bevat ook bijzonder grafiek. De Amsterdamse Lia van Ham creëert zeefdrukken waarop ze tekeningen, teksten en kleurvlakken, speels met elkaar combineert. Zo ontstaan eigenzinnige beelden die associatief werken bij de kijker. Een van de meer dynamische zeefdrukken noemde ze ´Er tegen aan´ terwijl op ander grafiek een vrouwtjesvogel van borsten droomt. Vogels maar dan uitgevoerd in brons en steen, nemen ook een belangrijke plaats in binnen het oeuvre van Marijke Drost uit Bunnik. Deze winter pikt menig vogeltje een graantje mee in onze tuin zodat het opvalt hoe treffend Marijke Drost de vogels heeft gemodelleerd. Naamgenoot Marijke van Halen werkt ook driedimensionaal. Zij maakt fraaie keramische schalen en objecten. Door de natuurlijke kleuren en organische vormgeving doen ze denken aan zeeanemonen, koralen en wieren. De tentoonstelling bevat nog een bijzondere bijdrage. Dat zijn de ingetogen, poëtische schilderijen van Marlieke Overmeer uit Nijmegen. De werken tonen van oudsher vrouwelijke bezigheden, zoals boodschappen doen en de was ophangen. Hierdoor ontstaat het vermoeden van feministische uitgangspunten, maar dit blijkt ongegrond. Overmeer schildert juist de rijkdom aan bezigheden binnen een vrouwenleven, door het triviale te combineren met het creatieve. Karakteristiek voor Overmeer is de relativerende humor die de ernstiger onderlaag versluiert. Op een van de doeken getiteld ´Dracht´ is een vrouw geschilderd die een boodschappentas draagt. Een intrigerend detail is dat er op haar hoofd nog een hoofd rust. Draagkracht en geestkracht versmelten. Zo verbeelden de schijnbaar luchtige voorstellingen, op dieper niveau het vinden van vrede met het bestaan.
Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
Groepsexpositie: schilderijen van Marga Klumper, Lia Schapendonk, Robbert Strüwer, Marije van Toledo en Esther van Veldhuijzen; keramiek van Jeltje van der Burgh; design van Malou Poelmans; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur en op afspraak; t/m 30 november.
Designprimeur met tassen en accessoires van Malou Poelmans
WATERTANDEN IN GALERIE OOST 99
De nieuwe expositie in Galerie Oost 99 doet watertanden. Daartoe prikkelen de smakelijk ogende slagroomtaarten op de illustratieve schilderijen van Lia Schapendonk (1948) uit Heerhugowaard. Deze levensgenieter ziet haar werk als verlengstuk van haar persoonlijkheid. Dat moet een Bourgondische natuur zijn. De geestige schilderijen zijn bevolkt met mollige madammen die feestvieren tot kunst verheffen. Voor liefhebbers van abstractere kunst met fraaie verftoetsen en bijzondere structuren valt er ook te smullen. Zoals van de introverte schilderijen van Esther van Veldhuijzen (1971) uit Leusden. In sobere aardkleuren creëert ze een interessante verfhuid door gaas of ander ruw materiaal toe te voegen. Zo ontstaan sfeervolle, rustige werken. Soms wel erg subtiel zodat er nauwelijks uitdrukkingskracht overblijft. Smaken verschillen. Meer power hebben de schilderijen van Robbert Strüwer uit Huizen. Hij combineert tekenvaardigheid met schilderkunst, tot het stevige handschrift waarmee hij elegante, energieke naakten op het doek zet. Breedgeschouderd, actief en zelfbewust zijn het vrouwen die hun mannetje staan. Het gebruik van bootlak, tegellijm, cement en dunne autolakken verraadt experimenteerzin. Zo ontstaat de fraaie sjiekgrijze achtergrond waarop hij de vrouwen, met verfslierten rechtstreeks uit de tube, body geeft. Kleurrijker en bijna abstract zijn de schilderijen van Marije van Toledo uit Oosterhout. Door de expressionistische schildertoets schemeren levendige lijnen die zich losmaken uit herkenbare figuratie. Door deze bevrijding van de vorm, roepen de doeken gedachten op aan de schilderijen van de Russisch Franse kunstenaar Wassily Kandinsky (1866-1944), een van de grondleggers van de abstracte schilderkunst. Puur Hollandse motieven zijn te zien op de figuratieve werken van Marga Klumper, die een atelier in Leiden heeft. Typerend is een horizontaal schilderij met een fiets voor een lijn met wapperend wasgoed. Het doek is schilderkundig boeiend, omdat licht, lucht en ritme, prachtig samenvallen. Er is ook keramiek te zien. Jeltje van der Burgh uit Groningen, exposeert komvormen op bolpootjes. De kommetjes zijn fijnzinnig gedecoreerd met organische vlakken in landschappelijke kleuren. Het toetje van de tentoonstelling is een primeur. Voor het eerst presenteert Galerie Oost 99 toegepaste kunst, een collectie lederen damestassen en accessoires van Malou Poelmans. Deze jonge ontwerper komt uit Gendt en studeerde in 2007 af aan de kunstacademie te Arnhem. De tassen vallen op door het eenvoudige, elegante ontwerp en de creatieve details. Zo blijft de galerie groeien. Na het starten van een eigen kunstuitleen, enkele maanden geleden, staat nu het presenteren van kwaliteitsdesign in de startblokken. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
Groepsexpositie met schilderijen, bronssculpturen en keramiek; Galerie Oost ’99, Grote Oost ’99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 11 oktober.
ALLES IS RITME OP SCHILDERIJEN VAN HASSAN MOSLEYANI
WAUW! Zomaar een groepsexpositie in Hoorn. Sta je ineens voor zulke intense schilderkunst dat het duizelt voor ogen. Alles is ritme. De aanstichter van deze plezierige verwarring, Hassan Mosleyani (1961),is geboren in Busheher te Iran. Sinds 1993 woont hij in Nederland. Hier bouwt hij driftig aan een verfijnd abstract oeuvre. Neem het olieverfschilderij ‘Horizon’. Het heeft de tinten van een pauwenveer in een zee van golfbeweging. Dat dit schilderij sterk appelleert aan het esthetisch gevoel moet iets te maken hebben met de mix van energieke spontaniteit en uiterste geconcentreerdheid van de kunstenaar. De doeken bevatten geen middelpunt. Elk stukje van de compositie is even aandachtig doorwerkt. In het golvende schildergebaar komen krommingen van het Arabische schrift en details van oosterse ornamentiek terug.
Dat we van deze visuele poëzie kunnen genieten is te danken aan galeriehoudster Anni Bakker. Met gevoel voor kwaliteit en originaliteit schuimt ze internet, kunstbeurzen en kunstmarkten af, op zoek naar bijzondere exposanten voor Galerie Oost ’99. Daarbij kiest ze niet altijd de gemakkelijkste kunstwerken. Zo blijkt uit de schilderijen met reisherinneringen van Ineke van Hal (1954) uit Voorburg. De in Hoorn tentoongestelde werken refereren aan landschappen in Noorwegen. Ze gaan dieper dan het weergeven van de concrete werkelijkheid. De verdunde verflagen en ijle lijnvoering vormen een gevoelige weerslag van ervaringen en indrukken van de kunstenaar. Er is meer schilderkunst te zien. Zoals de geabstraheerde bloemcomposities van Gerda Bontenbal (1949) die deels in Oisterwijk, deels in Zuid- Frankrijk vertoeft. Haar schildergebaar bestaat uit brede, uitbundige verfstreken waarmee ze sfeervolle bloemcomposities schept, die veel mensen zullen aanspreken. Bontenbal put haar inspiratie uit de natuur. Mede-exposant Elly van den Eertwegh is vooral een mensenmens. Hoewel ze ook gesteenten en architectuur schildert ligt haar kracht in het schilderen van mensen en hun relaties. De beeldtaal is bijna sculpturaal en vereenvoudigd tot stevige volumes en vormen. Toch is er zeggingskracht. Omdat ze de mensen dicht tegen elkaar, in een onbestemde omgeving plaatst, ontstaat er een sfeer van verbondenheid. Iets wat nog versterkt wordt door het warme kleurgebruik.
De tentoonstelling bevat ook driedimensionale kunstwerken. Zoals de bronssculpturen van Danielle Orelio (1943) uit Burgh-Haamstede. Grappig zijn de ‘Voor de wind’ beelden. De verwaaide haren en kleding van de alleenstaande, of groepsbeelden, zijn levendig gemodelleerd. Veel primitiever ogen de keramische werken van Salvatore Scavone (1961) uit het Belgische Genk. Allemaal rode kleibeelden, schoon van ruwheid. Zijn Italiaanse roots komen terug in decoratieve details die ontleend zijn aan de Etrusken. De expositie is met zorg ingericht. Ondanks de uiteenlopende kunstwerken vormt de presentatie een organisch geheel, met de repeterende toetsen van Mosleyani als krachtige polsslag.
Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
VAN PICTOGRAPH TOT POPPENKASTJE IN GALERIE OOST 99
Groepsexpositie met schilderijen en beelden: Galerie Oost 99, Grote oost 99, Hoorn; geopend woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 21 juni (2e Pinksterdag geopend).
Een nieuwe groepstentoonstelling in galerie Oost 99 is iets om naar uit te kijken. Ditmaal hangen en staan er interessante kunstwerken van negen kunstenaars. De beelden van zowel Han Willigers als Eddie Symkens hebben als uitgangspunt het menselijk lichaam. Hun beeldtaal is totaal anders. De vrouwelijke bronzen van Willigers (1945) uit Sittard zijn expressief en gebaseerd op een realistische vormgeving. De keramische mensfiguren van de Belg Eddie Symkens (1964) zijn moeilijker te duiden. Zware vormen en werksporen leggen de nadruk op het materiaal en het ontstaansproces. Maar de primitieve, intense vormgeving heeft ook iets ontroerends en legt gevoelens van de mens bloot. De geëxposeerde schilderkunst en grafiek is net zo boeiend. Hilly van Eerten (1957) uit Amsterdam, toont gelaagde stadsbeelden van Rotterdam en Manhattan. De uit Haarlem afkomstige Annemarie Waasdorp schildert huisjes en torentjes op een rode ondergrond. De grappige vormgeving lijkt ontleend aan blokkendozen van kinderen. De beeldtaal van de Groningse Joke Schepers (1956) is mysterieuzer en zachter van kleur. Uit een omfloerste achtergrond doemen menselijke figuren op. Hans van den Eertwegh (1943) uit Sittard, schildert laag over laag in heldere, optimistische kleuren. Zo ontstaan krachtige geabstraheerde composities met een of twee mensen. De Limburgse Sonja Reedijk (1946)wordt gefascineerd door structuren, beweging en ritme. Dit krijgt gestalte in een serie etsen getiteld Pictograph, waarop de beweeglijkheid van water het oog pleziert. Sommige schilderijen hebben een theatraal karakter. Zo geeft Caroline Weber uit Haarlem, haar geabstraheerde mensfiguren weer door ze uit te lichten in een nachtelijke achtergrond. Het balanceren tussen figuratie en abstractie kenmerkt de meeste kunstwerken. Portretschilder Maaike Vonk (1956) uit Heemskerk werkt anders. Bij haar staat het ambacht van het schilderen centraal. Sommige van haar schilderijtjes ogen naar voorstelling en techniek als historische portretten. Vonk heeft zich verdiept in kunsthistorie en kostuumgeschiedenis. Kragen en haardrachten heeft ze vakkundig, met gevoel voor stofuitdrukking en sfeer, geschilderd. Diverse van deze prachtwerken dateren van enkele jaren eerder. Haar recente werk bestaat uit kastjes met een poppenhoofdje er in. Niet van een ravotpop maar van zo’n deftige sierpop. Tussen de fijnzinnige schilderkunst een merkwaardige toevoeging. Waarom maakt iemand die zo prachtig kan schilderen zulke ´poppenkast’? Maaike Vonk: ‘deze ontwikkeling van het platte vlak naar het driedimensionale bestaat al langer. Op enkele schilderijen zie je al toevoegingen uit de werkelijkheid, zoals echt haar of een kraag. Vroeger schilderde ik zelfverzonnen vrouwtjes met hoedjes, van daar is het een kleine stap naar de poppen. Eigenlijk ben ik portretschilder maar je hebt niet altijd een opdracht onder handen. De poppen vervaardig ik als vrij werk’. Een kunstenaar moet vooral eigenzinnig zijn. Maar vooralsnog legt het driedimensionale werk het af tegen de fraaie schilderijen. Lida Bonnema
|
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
lentebries 08 maart t/m 26 april
|
|
|
|
LENTEBRIES IN GALERIE OOST 99
Expositie: ‘Lentebries’, schilderijen en sculpturen van acht kunstenaars; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 26 april.
Schilderijen met fluitekruid en buiten spelende kinderen zijn tekenen aan de wand dat in de Hoornse galerie Oost 99 het voorjaar is begonnen. Op de tentoonstelling ‘Lentebries’ exposeren An Beerman, Sylvie van Hulle, Francisca Kalmijn, Antonio Poioumen, Marie Raemakers en Antje Sonnenschein hun recente schilderijen. Rob Logister en Monique Spapens laten nieuwe beelden zien. Anni Bakker heeft zorg aan de tentoonstelling besteed. Het bleek echter niet eenvoudig om acht kunstenaars goed te presenteren. ’Ik kon er een nacht niet van slapen’ zo schetst de galeriehoudster haar inrichtingsperikelen. ´Er zijn beelden ingeleverd die ruimte eisen terwijl andere werken juist intimiteit vragen´.
Zo bracht Rob Logister (1959) uit Amsterdam, een gigantische tulp (2 x 3 m) van staal mee. Het beeld laat de kijker krimpen tot Pinkeltje en iets heel gewoons vanuit kabouterperspectief beschouwen. Behalve de zwarte tulp bracht de beeldhouwer een serie roestvrijstalen orchideeën mee. Het werkt vervreemdend de tere bloemen uitgevoerd te zien in zwaar materiaal. De galeriehoudster plaatste ze bijna ondersteboven. Een eigenzinnige ingreep die de grillige vormgeving benadrukt en de schaduwwerking benut. Bovendien heeft ze de orchideeën zo over de vloer geslingerd dat ze een visuele schakel vormen met de bloemcomposities van Marie Raemakers (1959). Deze kunstenaar uit Amsterdam maakte al in haar academietijd de keuze alleen bloemen te schilderen. Composities met uitvergrote bloemen zie je vaker. De werken van Raemakers onderscheiden zich. Haar bloemen zweven als losse elementen in de ruimte. Met de kleuren is ook iets loos dat pas later opvalt. Uitgebloeide bloemen schildert ze in frisse tinten, net ontloken kelken voert ze uit in herfstige mengtonen. Zo benadrukken de weelderige composities levenskracht en groei. Een vitaliteit die ook de bronzen van Monique Spapens (1967) uit Harderwijk kenmerkt. Zowel de torso’s als de krachtige dierbeelden worden paarsgewijs, tegenover elkaar gepresenteerd. Alleen al uit de beide stieren, twee schitterende unica´s, blijkt dat ze zo elkaars vormgeving versterken. Kracht spreekt ook uit de schilderijen van Antje Sonnenschein (1952) uit Wirdum. Zij is geboren en getogen in de omgeving van Bremen. Dit landschap herkende ze op het Groninger platteland. Haar beleving van de kleuren, de akkers en de wijde blik, heeft ze weergegeven via een stevig schildergebaar. De kijker kan het meebeleven. Deze stoere, zichtbare verfstreken contrasteren met de verstilde verfbehandeling van de Belgische Sylvie van Hulle. Zij schildert fraaie omfloerste gevoelsbeelden. Meestal wazige vergezichten die vermoedens oproepen van bebouwing. Uit het bovenstaande blijkt al dat er op de expositie sprake is van diversiteit in verfbehandeling. Bij Antonio Poioumen zie je een boeiend samengaan van allerlei materie. Verf, papier, kippengaas en nog veel meer voegt hij samen tot esthetische structuren. Levendige royale verfstreken, veelal in rood , voegen passie toe. Zijn recente werk is lyrischer. In goudgele ondergrond is een levendig ritme van stroken krantenpapier bevestigd waaruit twee kelkvormen oprijzen. De tentoonstelling bevat nog meer schoons. Een verrassing in schilderkunstig opzicht vormen de schilderijen van An Beerman. Deze kunstenaar is in 1928 geboren op Borneo, verhuisde naar Amsterdam maar woont tegenwoordig in Andelst. Ze heeft al zestig jaar een gedisciplineerd kunstenaarsleven dat beheerst wordt door onverminderd verlangen tot schilderen. Van haar hand komen wondermooie poëtisch realistische schilderijen. Haar palet bevat vooral bleke, introverte kleurtonen. Allemaal gele, groene en pastelkleurige verftoefjes die ze zorgvuldig naast elkaar op het doek plaatst. Een aandachtige schilderwijze die je tegenwoordig niet veel meer ziet. Op het schilderij ´Eia pom peia´ spelen kinderen een klapspelletje. Andere doeken tonen kinderen die schaduwhertjes maken op de muur, tuingeluk of een circustafereel. Maar ´onder de verfhuid´ huist iets raadselachtigs dat niet direct te duiden is. Het zit hem in de gezichtsuitdrukkingen van de kinderen of eigenlijk in het onaardse daarvan. Mevrouw Beerman, die blij verrast is over mijn belangstelling, licht telefonisch graag een tipje van de sluier op. Door de kindergezichten zo bijzonder te schilderen, voegt ze de magische lading aan de schilderijen toe die hoort bij de kindertijd. Een betovering die te horen is in de bezwerende teksten van liedjes als Witte zwanen, zwarte zwanen, Kleine Rosa zat op ene steen, en allerlei vreemde aftelrijmpjes. Met deze wetenschap zie je de ogenschijnlijk heel gewone voorstellingen met andere ogen en geniet je er nog meer van. Dezelfde overgave aan het schilderen als An Beerman, valt af te lezen van de schilderijen van Francisca Kalmijn (1960) uit Amersfoort. Haar werk is verfijnd en sprookjesachtige. Een natuurlyriek met overvloedige plantengroei en oplichtende vijvers. Deze intense kleur- en lichtsensaties met veel warm goudbruin werken als een magneet. Je blijft er naar kijken. Wekken deze schilderijen bij de kijker al verbazing, de kunstenaar verwondert zich zelf ook regelmatig over het eindresultaat: ‘wat ik ook verzin, het gaat altijd een eigen leven leiden in een richting die ik niet bedenk’. Zo legt Francisca Kalmijn onbewust een gevoelige onderstroom vast die mensen raakt en te voorschijn komt in een goed kunstwerk. Lida Bonnema
|
|
terug naar top
|
|
|
|
KIJKEN DOE JE MET JE HART
Groepsexpositie: ‘Crisis? Wat crisis! Kunst verrijkt’. Met kunstwerken van: Ger Driessen, Rie van Eijck, Baukje Hiemstra, Barbara Kluiver, Ineke van Koningsbruggen, Michael Lasoff en Mappie van Nieuwland; Galerie Oost 99, Grote Oost 99 te Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 1 maart.
De geestige sculpturen van beeldhouwer Barbara Kluiver (1966) uit Laren, vangen de blik op de nieuwe groepsexpositie in Galerie Oost 99 te Hoorn. Typisch sculpturale motieven, zoals het menselijk lichaam of delen daarvan, verbeeldt ze via eigenzinnige ruimtelijke verhoudingen. Daarnaast speelt ze met het contrast tussen transparantie en massa. Zo zijn in het spannende beeld ‘Binnenbenen’, organische, lichamelijke vormen gecombineerd met een hoekig, metalen buizenframe. Voor het beeld ‘Vinger (ik)’ is uitsluitend hout gebruikt. Het oogt mooi dat de vorm van het hout meespeelt in de sculptuur. Dit werk verwijst naar de tijd waarin een kind nog het middelpunt van de wereld denkt te zijn. Het is deze kinderlijke onbevangenheid die fotograaf Baukje Hiemstra (1959) uit Blaricum ook onderzoekt. Zij ensceneert portretten waarin realiteit en fictie zich vermengen. Herinneringen aan haar jeugd voegt ze samen met de ernstige blik van heel jonge meisjes. Ze kijken nooit vrolijk waardoor ze de nadruk legt op de onzekerheden die kinderen kunnen hebben. Zo kan Hiemstra ervaringen van vroeger verbeelden zonder al te biografisch te worden. Dit vanuit de veronderstelling dat ingrijpende gebeurtenissen nogal eens door het geheugen worden verdikt waardoor ze onbetrouwbaar zijn. Een van de manieren waarop de fotograaf haar foto’s ensceneert is door de meisjes feloranje hoofdbedekking te laten dragen. Door middel van spotlights worden ze geïsoleerd uit hun normale omgeving. Zo ontstaan vervreemdende, onbehaaglijke portretten, beladen met eenzaamheid en onthechting. De schilderijen van Rie van Eijck (1953) uit Zuidwolde, zijn blijmoediger. Allemaal feestelijke, heel vrouwelijke werken in fraaie kleuren. Tegen een rustige achtergrond figureren dames in mooie jurken. Soms verrijkt ze haar voorstellingen met stukjes vreugdevolle poëzie. Sterke uitschieter is ‘Nest met rozen’ waarop ze een geestige, persoonlijke versie van ‘De drie gratiën’ heeft neergezet. De mens staat ook centraal op het grafische werk van Ger Driessen (1952) uit Nijmegen. Dun Nepalees graspapier, heeft ze verwerkt tot eenvoudige kleding en bedrukt met primitieve beeldtaal. Zo hangen er enkele zwart/wit topjes met tekeningen die doen denken aan archeologische vondsten en grotschilderingen. Op een kleuriger gewaad bracht ze horizontale banen aan van geabstraheerde figuren. Allemaal anonieme mensportretten die verschillende fasen van het bestaan representeren. Door de manier waarop ze de afbeeldingen rangschikt komen gedachten op aan mummiewindsels. De dood blijkt vaker een belangrijke inspiratiebron. Al diverse malen reisde Driessen naar Silkeborg in Denemarken, om te kijken naar de Tollundman en andere veenlijken. Iets van de ontroering die de eeuwenoude lichamen bij haar teweegbrachten heeft ze zo fraai verwerkt in haar grafiek, dat ze de dood lijkt te bezweren. Michael Lasoff ( Chicago,1948) uit Haarlem, schildert ook mensfiguren. Zijn werk is de laatste jaren veranderd. Werd het vroeger gekenmerkt door heftige contrasten in kleur en schildergebaar, tegenwoordig zijn de beelden rustiger en voorzien van gloedvolle brons- en krijtachtige zilverkleuren. Zo hangt er het enorme (150 x 390 cm ) acrylschilderij ‘Acrobats in dry land’. Op het doek is een zilvergrijze, mysterieuze wereld neergezet waarin mensfiguren een theatrale dans opvoeren. Vorm en kleur versterken elkaar. Op het bronskleurige ‘Red Earth’, is een liggende menselijke figuur te onderscheiden op de grens van het schilderachtige en het getekende. De expositie bevat ook volledig vereenvoudigde kunstwerken. De abstracten van Ineke van Koningsbruggen (1943) uit Vught, zijn in de kern landschappelijk van karakter. Het Franse landschap, maar ook delen van Toscane zijn voor haar geliefd terrein. Hier zoekt ze de natuur op, kijkt, schetst en neemt haar beeldende notities mee naar het atelier. Daar vertaalt ze de impressies in stevige lijnen en vlakken. Op de tentoongestelde, gelaagde doeken is de werkelijkheid volledig verdwenen. Toch is het genieten, want krachtige, geconcentreerde composities in terughoudende aardkleuren resteren. Er is meer abstract werk te zien. Mappie van Nieuwland (1967) uit Waalre schildert met acrylverf sfeervolle, kleurrijke doeken. Soms voegt ze gevonden materiaal toe, zoals zink. Op andere werken is roest verwerkt. Brede kwaststreken, vingerafdrukken en sporen van het gebruik van paletmessen zijn zichtbaar. Zo ontstaat een boeiende verfhuid. Op diverse schilderijen vallen kleur en schildergebaar samen. Zoals op Red Black, Red Force of Red in mist. De voorkeur voor de kleur rood maakt de werken emotioneel beladen. Het past bij haar motto: ‘Kijken doe je met je hart’. Maar eigenlijk kun je aan de hele tentoonstelling je hart ophalen, want originaliteit en beeldkracht bepalen het werk van alle exposanten. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
‘ER IS EEN ZON EN EEN MAAN’ IN GALERIE OOST 99
Groepsexpositie: ‘Er is een zon en een maan in elke familie’; werken van Ellen Boswijk, Evert van Fucht, Piet van Riel, Kees de Waal, Gerina Zonder; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur; t/m 21 december.
‘Er is een zon en een maan in elke familie’, heet de huidige expositie in galerie Oost 99 te Hoorn. Een titel die verwijst naar een ets van exposant Kees de Waal. In ruimere zin refereert het aan de galerie zelf. De afgelopen tijd bleek er ‘een zon en een maan’ in elke tentoonstelling. Ook de huidige tentoonstelling is weer ingericht met introverte en extraverte kunst. Met droombeelden en voorstellingen naar de werkelijkheid. Een beetje geheimzinnig zijn de zoutwerken van Ellen Boswijk uit Amsterdam. De subtiele installaties zijn het vervolg op het voorproefje dat ze de afgelopen septembermaand al liet zien. Boswijk wordt gefascineerd door de transparantie van glas, de kleur blauw en de eigenschappen van zeewater. Hiermee bedacht ze sculpturen die zich zelf vormgeven. Het duurt wel een tijdje. Een van de installaties verkeert nog in het beginstadium maar levert nu al een boeiend beeld op. Vanaf het plafond loopt een cirkel van strakgespannen draden uit in een platte blauwe schaal op de vloer. De schaal is gevuld met zout water. Het is de bedoeling dat het zout na verloop van tijd omhoog kruipt langs de draden. Voorlopig zijn alleen nog witte zoutwolkjes zichtbaar. Andere installaties zijn verder gevorderd. Ingelijst achter glas hangen witte of lichtblauwe draadvormen waarop korrelig zout is afgezet. Sommige draden zijn geïnstalleerd in glazen vazen met helder of gekleurd water. Voor wie het proces van begin tot eind wil volgen heeft Boswijk aardige doe het zelf pakketjes ontworpen. De tere draadinstallaties verschillen hemelsbreed van de stevige bronzen beelden van Evert van Fucht (1939) uit Drenthe. Hij wordt geboeid door de diversiteit van flora en fauna. Hierbij heeft hij niet alleen oog voor de kracht van groei en bloei maar ook voor het verval. Wat hij ziet inspireert hem tot het bedenken van nieuwe vormen. Daardoor doen zijn beelden denken aan stukjes natuur maar dan net even anders. Soms combineert hij verschillende dieren met elkaar of met details uit het plantenrijk. Zo kun je in het beeld ‘Silent partner’ zowel een roofvogel, een rog, als een bladvorm onderscheiden. Het beeld ‘Enclosed’ bestaat uit een combinatie van een gesloten, afgeronde kern met een sierlijke, opengewerkte buitenlaag. Het werk ‘Burnout’ heeft dezelfde luchtige structuur. De spannende, uitgebalanceerde eivorm loopt over in vleugels. Van Fucht voorzag de bronzen van een fraaie verweerde natuurkleur, die oogt als boomschors of herfstblad. De expositie bevat ook schilderkunst. Piet van Riel (1951) uit Oosterhout en Gerina Zonder (1950) uit Tubbergen tonen schilderijen die ontstaan zijn vanuit tegenovergestelde schilderkundige opvatting. Van Riel gaat uit van een expressief, spontaan schildergebaar en een gepassioneerd kleurgebruik. Op het schilderij ‘Koloriet’ overheerst heftige vuurrode verf. Het werk ‘Strijd om geel’ heeft de helderheid van een zonovergoten dag. Soms zijn van enige afstand figuratieve elementen te onderscheiden. Zoals op ‘Eerste vlucht’, een tweeluik waarop tussen de levendige verfstreken, jonge vogels opdoemen. Het contrast met de fraaie, bijna meditatieve schilderijen van Gerina Zonder kan niet groter. Zij heeft haar emoties en herinneringen geordend. Zo ontstaat rustige, beheerste beeldtaal, waarin gevoel en verstand in harmonie zijn. Het beeldvlak is verdeeld in grote aardkleurige vlakken. In de gelaagde verfhuid is gekrast, geschuurd of gevlekt. Fragmenten uit de werkelijkheid nemen een bescheiden plaats in. Ze zijn er wel, zoals een feestjurk, de contouren van bloemen of intrigerende schaduwpartijen. De terughoudende figuratie maakt duidelijk dat verfbehandeling en beeldtaal nergens in dienst staan van een anekdotische voorstelling. Dit is wel de drijfveer achter de werken van Kees de Waal (1922), die tegenwoordig in de Verenigde Staten woont. Deze, voormalige eigenaar van een textielketen, is een verhalenverteller. Daartoe vult hij zijn etsen en aquarellen tot in de uiterste hoeken met illustratieve, decoratieve beeldtaal. Allemaal kleurrijke voorstellingen die gemakkelijk te begrijpen zijn. Een andere constante is het dualistische karakter van de voorstellingen. Zijn uitgangspunt is vaak een situatie uit de werkelijkheid die hij vervolgens doorspekt met details uit de fantasie. Daardoor krijgen meerdere gedachten gestalte op een werk. Voor De Waal vormt elk nieuw beeldvlak een speelterrein waarop hij met alle mogelijke middelen droomwereld en realiteit combineert. Zelf bedachte of bestaande gedichten, bladmuziek en suggestieve titels manipuleren de invalshoek en maken deel uit van het totaalbeeld. Hij plaatst het komische naast het tragische, noteert ironie naast poëzie. Door deze beeldende rijkdom blijkt er letterlijk en figuurlijk ook ‘een zon en een maan’ binnen zijn oeuvre. Het is alleen al te zien aan de levendige circustaferelen en het poëtische ‘Vogels zijn het dichtst bij de goden’. Ze verschillen van elkaar als de dag van de nacht. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
najaarsexpositie 05 okt. t/m 09 nov. 2008
|
|
|
|
DROOMBEELDEN EN INNERLIJKE LANDSCHAPPEN OP NAJAARSEXPOSITIE
Najaarsexpositie: schilderijen en beelden van Mieke Beijer, François Blommaerts, Ine de Charro, Jan van Strien, Bernard Visser en Wil van der Weele; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 9 november.
De verbeelding regeert op de najaarsexpositie in Galerie Oost 99 te Hoorn. Beelden en schilderijen naar de natuur zijn er niet te zien. Elk van de exposanten werkt naar de fantasie. De Belg François Blommaerts (1955) spreekt zelfs van parallel realisme als aanduiding voor zijn droombeelden. Al vanaf zijn studie, eerst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, daarna aan het Nationaal Hoger Instituut Monumentale Kunsten en Textiel, bruist hij van de ideeën. Deze geeft hij gestalte in schilderijen, wandschilderingen, objecten, aquarellen en handgemaakte tapijten. Je vraagt je af of deze veelzijdige kunstenaar zichzelf niet te kort doet door mee te doen aan een groepsexpositie waar hij maar een fractie van zijn kunnen kan laten zien. Wat hij exposeert is speels en esthetisch. Zo staat er een vierpotig dierfiguur met blinkende ‘schubben’. Er zit iets geslagens in de houding van het dier waardoor je denkt aan een outcast, zoals een verstoten wolf of zwerfhond. Even verder staat een geestige beeldengroep, die bestaat uit grote witte kippen die bezig zijn van gedaante te veranderen. Ze zien er zo lichtvoetig en glad uit dat je nauwelijks kan geloven dat ze opgebouwd zijn uit verlijmd plaatmateriaal. Wordt Blommaert gefascineerd door metamorfoses en afwisseling van leefomgeving? Er is te weinig van hem tentoongesteld om hier met zekerheid uitspraken over te doen. Maar het lijkt voor hem een uitlaatklep tegen vastroesten in het bestaan. Ook de derde bijdrage, de ‘Thuispoort’, sluit hier thematisch bij aan. Bovenop een grillige poortvorm slaat een juist ontpopte vlinder de vleugels uit.
Behalve deze extraverte beelden van Blommaerts bevat de expositie een ruimtelijke bijdrage van beeldhouwer Mieke Beijer (1951) uit Beek en Donk. Haar beelden zijn introverter. Ze hakt vrouwelijke figuren uit steensoorten die in kleur en hardheid variëren. Beijer is grotendeels autodidact. Ze creëert vrouwbeelden die bestaan uit massieve ronde vormen, maar hakt ook torso’s die hoekiger vormgegeven zijn. Gladde gepolijste delen wisselt ze af met ruwe details en inkervingen. In de loop der tijd is ze er in geslaagd een mooie, intieme beeldtaal te ontwikkelen. Ook op de eigenzinnige gemengde technieken van autodidact Wil van der Weele uit Harderwijk staan vrouwen en dingen die hen bezig houden centraal. Het schilderproces is voor haar minstens zo belangrijk als het eindresultaat. Op humoristische wijze noteert ze de kleine vreugden uit het bestaan. Om ruimtelijke verhoudingen maalt ze niet. Zo hangt er het schilderij ‘De gelukkige afwas’ met borrelend schuim en kleurig vaatwerk. Tafeltjes met uitgerekte poten dansen zo grappig over het doek, dat ze puur plezier overbrengen. Zeggingskracht hebben al haar doeken. Soms op onverwachte wijze, want waar scherven doorgaans staan voor ongeluk, vormen ze bij Wil van der Weele gelukssymbolen. Net zo’n enthousiast schilder als Wil van der Weele is Ine de Charro uit Lage Vuursche. Haar schilderijen variëren van figuratief tot abstract, waarbij tal van thema’s aan de orde komen. Vanwege de snelle droogtijd werkt ze het liefst met acryl maar ze vervaardigt ook werken in olieverf. Constante factor is een gretig kleurgebruik. Een grotere bijdrage aan de tentoonstelling wordt geleverd door Jan van Strien (1963) uit Kaatsheuvel. Aanvankelijk was hij tuinarchitect, maar gaandeweg werd het schilderen zijn levensvervulling. Hij werkt het liefst in series. Een van die reeksen bestaat uit schilderijen met abstracte, horizontale composities. Mooie, rustige werken die door de subtiele grijs-blauwe kleuren, gedachten oproepen aan zeegezichten. Er zijn ook kleinere werken te zien. Deze vragen concentratie van de kijker. Haast tastend geschilderd, vormen ze gevoelige, innerlijke landschappen. Het komt de expositie als geheel ten goede dat er meer series te zien zijn van Jan van Strien. Hierop vormen kleuren, lijnen en hoekige vlakken boeiende asymmetrische composities, waarin bovendien stukjes leer, jute, zand en cement zijn verwerkt.
Dergelijke materie kenmerkt ook de panelen van Bernard Visser (1945) uit Weert. Daarnaast vertellen zijn werken over het verstrijken van de tijd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het prachtschilderij ‘Tussen water en lucht’, waarop een mens worstelt tussen eb en vloed. Visser werkte vroeger als onderwijzer in Curaçao. Weer terug in Nederland volgde hij kunstopleidingen aan de Stadsacademie en de Jan van Eijck Academie te Maastricht. Zijn werkwijze is een verhaal apart. Als hedendaagse fossielen liggen er handafdrukken, schuursporen en inkervingen in de ruwe verfhuid. De staande of springende mensfiguren zijn primitief getekend. Soms met houtskool, soms louter ingekerfd. Daardoor ogen de panelen als prehistorische grottekeningen, vervallen fresco’s of aangetast graffiti. Met deze oerbeelden stelt Visser zich te weer tegen de vluchtigheid van het bestaan. Een van de meest indringende werken heet ‘Remember me’. Hierop heeft hij sporen uitgezet voor het nageslacht en verzacht zo de wetenschap dat alles voorbij gaat. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
zomerexpositie 08 juni t/m 27 juli
|
|
|
|
Enkhuizen, 30 juni 2008
DE KIJKER ALS REISGENOOT
Zomerexpositie: recente werken van negen kunstenaars in uiteenlopende technieken;
Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 27 juli.
Stilleven, meeleven en beleven. De zomerexpositie in galerie Oost 99 te Hoorn biedt de kijker een tocht langs verschillende schilderkundige en ruimtelijke interpretaties van de werkelijkheid. Hiertoe werden negen beeldend kunstenaars uitgezocht die allemaal hun meest recente werk presenteren. Beeldtaal en techniek zijn zo uiteenlopend dat er van samenhang geen sprake is. Wat wel overeenkomt is de kwaliteit van de kunstwerken. Die is soms verkregen door een vakbekwame penseelvoering, vaker door een originele beeldtaal. Van twee kunstenaars is driedimensionaal werk te zien. Judith Koppelman uit Harmelen vervaardigt bronssculpturen maar ook objecten die opgebouwd zijn uit meer materialen. Vanuit haar interesse in de natuur en de mens ontstaan fantasiebeelden met een vleugje humor. Zo staan er enkele ‘Wadlopers’, een soort vermenselijkte dierfiguren met vleugels. Hun toch al lange sprietbenen zijn verlengd met wadpalen. Koppelman kan ook vormgeven naar de werkelijkheid want behalve de fantasiesculpturen, toont ze een geweldig Fries paard. Mea Jambroes uit Amersfoort is op herhaling in de galerie. Ditmaal is van deze interieurarchitect, onder andere een grillige metalen struik met witpapieren bloemknoppen tentoongesteld. Het merendeel van de tentoonstelling bestaat uit tweedimensionale werken. De schilderijen variëren van uiterst realistisch tot sterk geabstraheerd, van werken in olie of acryl tot gemengde technieken. Zo hangen er de traditionele stillevens van Anny Plagemen (1953) uit Venlo. Allemaal zorgvuldig gerangschikte composities. De motieven geven haar volop gelegenheid haar kunde op het gebied van stofuitdrukking te demonstreren. Emaille, glas, textiel en fruit zijn dan ook vakkundig vereeuwigd. Plageman was jarenlang kapster. Als kunstschilder is ze ver gekomen. Het enige wat nog ontbreekt, is een stukje persoonlijkheid. Iets waardoor de werken zich onderscheiden van andere traditionele stillevens. Nu zijn ze ambachtelijk prima in orde, maar inhoudelijk weinig origineel. Maar dit is natuurlijk haar eigen keuze. De stillevens van Milena Tlusta (1945, Tsjechië) uit Apeldoorn, laten meer ruimte voor de verbeelding. Zij schildert serviesgoed, bloemen en vazen die ze plaatst voor een rozerode achtergrond. De werken zeggen iets over de manier waarop ze haar omgeving bekijkt. Voor haar hebben de gewoonste voorwerpen poëtische kracht. Met behulp van zachte pastelkleuren en een kinderlijke, spontane lijnvoering, schept ze tedere, supervrouwelijke schilderijen. Het kind in de kunstenaar wordt door meer exposanten aangeboord. Marjanke de Bruijn (1964) uit Tiel en Carla Broeckx (1966) uit Amsterdam, vervaardigen beiden geabstraheerde voorstellingen in felle kleuren. Toch ogen hun werken heel verschillend. Marjanke de Bruijn gebruikt het schilderdoek als podium voor sprookjesachtige, verhalende voorstellingen. Inspiratie vindt ze thuis bij haar kinderen. Dieren en stukjes tekst zijn geliefde motieven, waarbij het beeldvlak tot in de hoeken met details wordt gevuld. Een van de teksten luidt: ‘Zij willen wel graag patatjes’. Zo speelt ze zich met verf en kwast een weg door haar bestaan en laat ons meeleven. De motieven op de schilderijen van Carla Broeckx zijn aanzienlijk forser en een tikkeltje cartoonesk. Krachtige mensfiguren die te groot voor het beeldvlak lijken, reageren op elkaar. Ze zijn uitgevoerd in wit en grijs tegen een achtergrond van solide felgekleurde vlakken. Zo ontstaat een verleidelijke beeldtaal die de fantasie prikkelt. Amsterdammer Arjan Loeffen (1960) schildert ook mensen, meestal vrouwen. De dames zijn fraai geschilderd maar met een knipoog. Loeffen verbeeldt ze van bovenaf in merkwaardige liggende of kruipende houdingen. Hij gebruikt prachtige, subtiele tinten. Vond de kunstenaar dit te mooi? In ieder geval ging hij de esthetiek te lijf door er expressieve zwarte lijnen door heen te krassen. Zo ontstaat een levendigheid die contrasteert met de luie poses van de zwaarlijvige vrouwfiguren. Dynamiek is ook volop aanwezig op de werken van de jongste en enige West-Friese exposant, de uit Wervershoof afkomstige Sjaak Kooij (1982). Inspiratie vindt hij overal. In de media, onze multiculturele samenleving en de mensen om zich heen. Zijn techniek is veelomvattend. Hij schildert, tekent, plakt en gebruikt fotografie. Zo ontstaan vervreemdende beelden met een associatief, maatschappijkritisch karakter. Kooij wil veel en vlug vertellen en heeft daarom zijn toevlucht genomen tot het vervaardigen van fragmentarische series. Ze haken aan bij de graffitikunst maar verwijzen net zo goed naar onze zappgewoonten. Bovenal zijn het echter boeiende, meerduidige beelden met details die variëren van kinderspeelgoed tot de salarisschaal voor militairen. Deze ‘hyperactieve’ voorstellingen van Kooij, vormen het tegendeel van de serene beeldtaal van kunsthistoricus en beeldend kunstenaar Joost Schmidt (1943) uit Engwierum. Zijn werken hebben een landschappelijk karakter. Bergen, vulkanen en maan beschenen rotsen verwerkt hij in fijnzinnige kleuren tot sfeerbeelden. Schmidt is zich als geen ander bewust van de beschouwer van zijn kunstwerken. De kijker mag zijn kunstzinnig geploeter meebeleven. Iets wat hij zelf als volgt verwoordt: ‘Tekenen en schilderen is als reizen: potlood en penseel gaan over linnen en papier, in lijnen van niet getelde mijlen, ongebaande banen. De kijker is mijn reisgenoot’. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
VERBODEN AF TE BLIJVEN
Groepsexpositie: ‘Om stil van te worden’; schilderijen, bronssculpturen en keramiek van diverse kunstenaars; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 1 juni.
Verboden af te blijven ‘zeggen’ de beelden van Vera Zegerman uit Den Haag. In de organische vormen contrasteren felgekleurde, spiegelgladde details, met ruwe, schelpkleurige steenhuid. Dit aaibare keramiek is onderdeel van de uitgebreide groepsexpositie ‘Om stil van te worden’, in galerie Oost 99 te Hoorn. De andere kunstenaars die van zich doen spreken zijn: Tineke Demmer, Tineke Fischer, Rity Jansen Heijtmajer, Leon Leenders, Sian Liem, Marf, Heleen van de Reyken-Mos en Gerrit Steenbreker.
Beeldend kunstenaar Marf (1951) uit Gent, assembleert sobere sprookjesfiguren van brons. De originele vormgeving brengt de fantasie van de kijker op gang. De beelden refereren aan oude afbeeldingen van ridders te paard en de mantel van Merlijn. Van de tweedimensionale kunstwerken op de tentoonstelling, zijn de mixed media van Tineke Demmer (1952) uit Zwolle het meest introvert. Met papier, bladgoud, verf en houtskool schept ze transparante, voorstellingloze composities. De witte verfstreken en de aardtonen verbinden subtiele, los getekende elementen tot een intiem beeld. Er hangt meer abstract werk maar dan met een landschappelijk karakter. Heleen van de Reyken-Mos uit Roosendaal, schildert dromerige beelden in olieverf. Eenvoudig en verstild zijn de schilderijen ‘Opkomst van het licht’ en het pendant ‘Het licht wat plaats maakt voor de avond’. Staan sfeer en emotie aan de basis van de schilderijen van Heleen van de Reyken-Mos, de abstracten van Rity Jansen Heijtmajer (Amsterdam, 1942) worden gekenmerkt door een verstandelijke, mathematische benadering. Zo hangen er twee series van vier kleine horizontale schilderijen met een geometrisch abstracte compositie. Wat zijn ze mooi en boeiend. De ‘trapsgewijze’ vlakverdeling is uitgebalanceerd en toch spannend. Door de genuanceerde huidkleurige tinten voorkomt de kunstenaar kilte en afstandelijkheid. Zulk werk is tijdloos van kwaliteit en zal nooit vervelen.
De beeldtaal op de schilderijen van Gerrit Steenbreker uit Enschede, is tegenovergesteld. Heftige kleuren olieverf waaronder vuurrood en stralend blauw, zijn dik opgebracht. De fraaie, forse toetsen zijn nogal vierkant waardoor ze, van enige afstand bekeken, boeiende ‘pixels’ vormen. Hieruit doemen de portretten van Anna, Sophia en Jeanne d’Arc op. De Belg Leon Leenders (1948, Lanklaar) die zijn atelier in Antwerpen heeft, schildert ook vrouwen. Eva de oervrouw, is al jarenlang zijn kunstzinnige drijfveer. Het zijn simpele schilderijen. Op alle werken komt uit een roodbruine achtergrond een geheel of gedeeltelijk vrouwenlichaam te voorschijn. Door de huidkleuren en het warme steenrood zijn het levendige, aardse beelden. Levendigheid kenmerkt ook de schilderijen van Sian Liem. Zij is geboren in Indonesië (1959) maar woont tegenwoordig in Krimpen aan de Lek. Haar schilderijen bevatten huishoudelijke voorwerpen die ritmisch over het beeldvlak verdeeld zijn. Vooral koffie- en theepotten, bekers, kopjes en schotels zijn geliefde motieven. Zo vormt ze composities rond ordelijkheid en variatie. De werken zijn doortrokken van tropische sfeer en kleurenpracht. Sommige schilderijen dragen behalve theepotten, krantenpapier met Oosterse karakters. Zo worden gedachten opgeroepen aan traditionele theeceremonies.
Er doet ook een voormalig inwoonster van Zwaagdijk mee aan de tentoonstelling. Tineke Fischer werd hier in 1947 geboren. In 1989 verhuisde ze naar Heerenveen. Tegenwoordig heeft ze haar atelier in De Knipe. Zoals meer vrouwen van haar generatie, greep ze op latere leeftijd de kans zich verder te ontwikkelen. Zo begon ze op haar 52e te studeren aan de Minerva kunstacademie te Groningen en heeft sindsdien haar draai in de beeldende kunst nog meer gevonden. Haar oeuvre is gevormd rond meerdere thema's. In Hoorn hangen werken die te maken hebben met vrijheidsberoving, concentratiekampen en de dood. Op een van de schilderijen is achter een stalen hekwerk, een hert met menselijk doodshoofd geschilderd. Een ander schilderij draagt een bekende beeltenis van Anne Frank, maar dan in een bijna tot skelet vermagerde vorm. Zo plompverloren, in een verder niet geëngageerde expositie, komen de schilderijen hard aan. De werken zijn wel integer, maar zouden beter tot hun recht komen binnen een thema-expositie of een solo-expositie. Nu blijft het, door de kleine greep uit haar oeuvre, bij het aanstippen van beladen gebeurtenissen. Een kunstenaar uit de regio, Truus Menger, vervaardigt thematisch verwant werk. Zij heeft in haar oeuvre ook een beeltenis van Anne Frank. Door de volledigheid van de vorig jaar gehouden solo-tentoonstelling in De Boterhal, bleek dat haar sculpturen leed verbeelden maar ook troost bieden. Ze tonen wat mensen elkaar aandoen maar belichamen ook optimisme over de menselijke natuur. De schilderijen van Tineke Fischer laten zien wat de mens kan overkomen en verbeelden de mens op zijn kwetsbaarst. Dat is confronterend en ‘Om stil van te worden’. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
MAANPARELS EN OFFERSCHALEN IN GALERIE OOST 99
Groepsexpositie: ‘No nonsenz’; schilderijen van Annet Bakker, Ivana Marsili, Jacky, Annemarie Rijnbeek en Mark Silverentand; beelden in keramiek en brons van Kathy Vandamme en Margot Pistor; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 6 april. (Eerste en tweede paasdag geopend)
Wie met Pasen aardige, niet al te ingewikkelde kunst wil bekijken, kan terecht in galerie Oost 99 te Hoorn. Hier is een afwisselende groepstentoonstelling ingericht met zulke uiteenlopende werken dat er voor ieders smaak wel iets te genieten valt. Ergens op een schilderij graast een eenzame koe, er staat een bronzen grootfamilie opgesteld, een offerschaal ligt op een altaar. Het meest ongecompliceerd zijn de felgekleurde dierschilderijen van Jacky (Zegers) uit Arnhem. Zij begon in 1996 met schilderen. Eerst als hobby naast haar beroep als wiskunde docent, maar vanaf 2006 als professioneel kunstenaar. De schilderijen zijn illustratief van karakter en ogen decoratief. Haar fantasieschepsels knipogen naar de natuur en stralen onbekommerde vrolijkheid uit. Vissen noemt ze geen lekkerbekkies maar lachebekkies. Voor haar grappige waakhond is niemand bang. Hippe kippen trippelen door het beeldvlak.
Mede-exposant Margot Pistor (1963) uit Blaricum, vervaardigde ook kippen en andere boerderijdieren, maar dan in brons. Tijdens haar studie geneeskunde begon ze lessen te volgen in modelboetseren om te ontdekken dat dit was wat ze wilde. De dierbeelden zijn mooi vormgegeven naar de werkelijkheid, maar het boetseren van het menselijk lichaam is haar grootste passie. Blikvanger binnen de expositie vormt dan ook een prachtige baadster. Er is nog meer ruimtelijke kunst te zien.
De Belgische Kathy Vandamme (1966, Roeselaere) vervaardigt haar keramische beelden echter niet naar de werkelijkheid. Zij laat haar verbeelding de vrije loop en bedenkt allerlei fantasiefiguren. Met hun in verhouding grote voeten en bolle buikjes doen ze denken aan het hobbitvolk van Tolkien. Vandamme is, op wat privé lessen na, autodidact. Ze vervaardigt bij voorkeur wonderlijke creaturen die buiten de realiteit staan. Zo bestaat een deel van haar tentoongestelde werken uit een soort koppoters die ontsnapt lijken uit een animatiefilm.
Beeldend kunstenaar Annemarie Rijnbeek (1961) uit Den Haag, is ook een beeldend verteller. Niet met keramiek, maar met verf en collage op doek. Aanvankelijk was ze niet zo bezig met kunst. Na een marketingopleiding koos ze voor een loopbaan in het toerisme en reisde de wereld rond. Vanaf 2003 betrok ze echter een atelier in Den Haag en gaf haar kunstenaarschap serieuzere invulling. Haar werken zijn lyrisch en diepzinnig. Met acryl schildert ze allerlei losse details die ze aanvult met bestaande elementen zoals oude foto’s, tekstfragmenten en papier. De geschuurde en gekraste verfhuid bestaat uit diverse lagen. Zo ontstaan gevoelige sfeerbeelden. Een van de meest poëtische werken is ‘Moondrops’. Pareltjes uit de maan worden opgevangen in een schaal. Dat de schilderijen op een subtiele manier het gevoel van de kijker raken, zonder dat je precies kan verklaren waarom, maakt ze alleen maar boeiender. De bijna abstracte beeldtaal van Ivana Marsili uit Genk is robuuster, tegen het monumentale aan.
Marsili heeft Italiaanse ouders. Zelf is ze geboren Belgische en studeerde in Genk aan de Stedelijke Academie voor plastische kunsten. In haar schilderijen zijn de gevoelige, intuïtief geschilderde delen en de beredeneerde compositie perfect in balans. Het zijn krachtige beelden in subtiele aardekleuren. Alleen al deze stabiele pracht maakt de expositie de moeite waard. Maar er hangt nog meer bijzondere schilderkunst. Mark Silverentand (1970) uit Gulpen, schildert verstilde abstracten met een landschappelijk karakter. Hij studeerde in de jaren negentig aan de Hogeschool voor de kunsten te Amsterdam en de Koninklijke academie van de kunsten te Den Haag. Naast het vervaardigen van vrije kunst, werkt hij als grafische vormgever en webdesigner. Hij hanteert een ingetogen kleurpalet met veel blauw, zet zijn werken op in transparante lagen en heeft een levendig handschrift. De werken vormen eilandjes van schoonheid binnen de expositie. Op een gevarieerde voorjaarsexpositie horen natuurlijk ook bloemschilderijen.
De bijdrage van Annet Bakker bestaat dan ook uit harmonische tweeluiken en kleinere bloemcomposities in subtiele, fraaie kleuren. Bakker is afgestudeerd aan de Rietveldacademie te Amsterdam. Ze werkt al jaren op Borg Rusthoven in het Groningse Wirdum, waar zij naast haar eigen werk ook kunst van anderen exposeert. Met acryl op linnen of papier, schildert ze sfeervolle velden boordevol wilde bloemen. Opvallend zijn de expressieve verfstreken en de ritmische verdeling van de bloemen over het beeldvlak. Galeriehoudster Anni Bakker noemde de tentoonstelling ‘No nonsenz’. Hiermee geeft ze al aan dat de kunstwerken voor iedereen te begrijpen zijn. Tegelijkertijd wordt het bijzondere dat elk van de kunstenaars in zijn werken wist te leggen aangestipt. Datgene wat een schilderij of beeld tot kunst maakt. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
Stijldansen door kunsthistorie
Expositie: schilderijen; van Wouter van Donselaar, Franscz Witte, Pim Stallmann, Dini Simons en Nugzar Kakhiani; brons van Mea Jambroes; keramiek van Lei Hannen; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12-17.00 uur; vanaf november wintertijden: donderdag t/m zondag 13-17.00 uur; t/m 2 december.
De passie van de tangodansers op de schilderijen van Pim Stallmann sluit aan bij de gedrevenheid van galeriehouders Raymond en Anni Bakker. Hun streven naar het exposeren van originele en kwalitatief goede kunstwerken was al eerder zichtbaar, maar het aandachtsveld heeft zich verbreid.
Zoals uit deze groepstentoonstelling blijkt gaat de belangstelling niet alleen uit naar Nederlandse academisch geschoolde kunstenaars, maar ook naar opmerkelijke autodidacten en buitenlanders. Daarbij wordt gestreefd naar evenwicht tussen toegankelijke en minder gemakkelijke kunstwerken. Niet verwonderlijk dus dat de huidige expositie verrassend en gevarieerd is.
Behalve de acrylschilderijen van Stallmann zijn er bijdragen van Wouter van Donselaar, Lei Hannen, Mea Jambroes, Nugzar Kakhiani, Dini Simons en Franscz Witte. Pim Stallmann (1947) komt uit Meppel. Tot 2005 was hij werkzaam als KNO-arts. Als schilder is hij autodidact al volgde hij wel wat lessen bij Maarten Krabbe en Roelie Kleine. Aanvankelijk schilderde hij katten en tegelvloeren. Later volgden droombeelden en verwerkte hij fantasieverhalen, zoals ‘Alice in Wonderland’.
Beeldtaal
Hiervoor vond hij inspiratie bij magisch realistische beeldtaal van Pycke Koch, Giorgio De Chirico en Rene Magritte. In 2001 raakte het echtpaar Stallmann in de ban van de Argentijnse tango dat deze dans het belangrijkste motief werd. Wat begon met ‘Tango voor Roy’ (Lichtenstein), groeide uit tot de serie ‘Tango in het museum’. Stallmann verweeft hierop het tangomotief met de handschriften en stijlkenmerken van bekende kunstenaars. Zo creeet hij een levendige ‘stijldans’ door de kunstgeschiedenis.
Vooral ‘Boterotango’ valt op. Het danspaar op dit schilderij kreeg het overdadige volume dat ook de kunstwerken van Botero karakteriseert. Dat de tangoschilderijen plezierig zijn om bekijken komt omdat ze sterk de vreugde die de kunstenaar beleeft aan het schilderen uitstralen. Pim Stallmann vertegenwoordigt op deze expositie een nieuwe groep creatievelingen die zich de laatste jaren aandient. Dit zijn relatief jong gepensioneerden die de middelen en de vitaliteit hebben om op serieuze wijze uiting te geven aan hun beeldende drang.
De keramische objecten van Lei Hannen (1954) uit het Limburgse Echt, stralen ook puur ontwerpplezier uit. Hannen is eveneens laatbloeier in de beeldende kunst. Hij is opgeleid aan de MTS, richting ‘proces en milieutechniek’ en was jaren werkzaam als docent. In veel objecten staat de mens centraal. Deze mensbeelden zijn decoratief, origineel en vrolijk. Daarnaast valt zijn liefde voor het materiaal op, want Hannen stelt klei en glazuren zelf samen. Er zijn meer bijzondere driedimensionale kunstwerken te zien.
Van Mea Jambroes uit Amersfoort, staan originele brozen dierfiguren opgesteld. Jambroes is afgestudeerd aan de Rietveldacademie en onder meer werkzaam als tuinarchitect. Haar geestige bronzen sculpturen benadrukken de eigenschappen van het dier. Dezelfde mate van zeggingskracht spat bijna af van de schilderijen van Dini Simons ui het Zeeuwse Tholen. Op enkele cursussen na is zij autodidact. Herinneringen aan de watersnood van 1953, brachten haar tot het maken van een serie imposante zeeschilderijen. Vooral de subtiel gekleurde composities met golfbrekers en stormpalen, zijn prachtig.
Puur genieten
Voor Wouter van Donselaar(1979) uit Deventer lag een bestaan als kunstenaar aanvankelijk ook niet in het verschiet. Hij is afgestudeerd in de Biochemische Chemie, studeerde een jaar geneeskunde en stapte, om gezondheidsredenen, over naar de psychologie. Van zijn sobere, abstracte schilderijen zou ik eigenlijk veel meer willen zien. Zo hangt er ‘The beginning’ een krachtige compositie in grijs, zwart en bruin.
Dat is puur genieten. In tegenstelling tot deze volkomen voorstellingloze werken verkent Franscz Witte (1935) uit Ransdaal in Zuid-Limburg, de grenzen tussen abstactie en figuratie. Hij studeerde aan de kunstacademies te Tilburg en Maastricht. In zijn vroege werk zocht al schilderend naar onderliggende structuren van ons menselijk gedrag. De huidige schilderijen zijn lyrischer.
De mens doemt nog wel op, maar heftige kleuren en brede schilgebaren zijn net zo betekenisvol. Je ziet er aan af dat voor Witte niet het eindresultaat maar vooral het schilderproces, zijn gevecht met kleur, vorm en beeldkracht, voorop staat.
Er is ook een buitenlandse exposant. Nugzar Kakhiani werd in 1952 geboren te Poti, in Georgie. Zijn studie rondde hij af in St. Petersburg. Hier werkte hij vooral met metaal en gesteente. Zijn verlangen naar kleur bracht hem ertoe te schilderen in olieverf. Aanvankelijk gebruikte hij rustige, terughoudende tonen.
Al snel werd zijn werk kleurrijker en kreeg lichtval een grote rol. Op de expositie hangen kleurige, zonnige werken, die door hun vriendelijke onderwerpen en harmonische composities, veel mensen zullen aanspreken. Hier en daar komende schilderijenbekend voor en heeft de gestileerde beeldtaal raakvlakken met verschillende West-Europese kunststromingen uit de eerste helft van de vorige eeuw. Zo draagt het schilderij ‘Oriental music’, de sprookjesachtige sfeer en de kleurpracht van Chagall. Uit alle schilderijen blijkt vooral een optimistische levenshouding. Zelf noemt hij het ‘the joy of life’. Een mooie wens voor al mijn lezers. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
DE ZOEKTOCHT NAAR HET THUISGEVOEL
Expositie: schilderijen van Slavko Dujic, Monique Dukker en Ali Rashid; tekeningen en schilderijen van Jos Dijkman; lambdaprints van Gitta Pardoel en bronssculpturen van Marinel Vieleers. Gastexposant: Dagmar Capova uit Tsjechië; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12-17.00 uur; vanaf november wintertijden: donderdag t/m zondag 13-17.00 uur; t/m 2 december.
Waardoor voelt iemand zich thuis? Is dat voor iedereen gelijk? Gastvrijheid, heimwee en andere belevingen van een omgeving staan centraal in een boeiende groepstentoonstelling in galerie Oost 99 te Hoorn. Beeldend kunstenaar en architect Gitta Pardoel (1964) uit Den Haag, toont lambdaprints. Dit zijn hoogwaardige laserprints met lange houdbaarheid en kleurkracht. Op de werken verzamelt ze flarden realiteit. Niet alleen tastbare werkelijkheid zoals foto’s, tekeningen en teksten, maar ook herinneringen en gedachteflitsen. Het zijn sterke prints, al geven de beelden zich door de wazige tonen, snippers tekst en losse lijnen niet zo maar gewonnen. De verticale beeldvlakken zijn horizontaal in tweeën gedeeld. Zo brengt ze letterlijk, op poëtische wijze, een zichtbare en onzichtbare werkelijkheid in beeld. De bovenste helft van de prints bevat fotografie van dichte bossen of weidse vergezichten Door middel van tekens in de onderste helft van het beeldvlak, laat ze herinneringen en gedachteassociaties doorsijpelen. Zo onderzoekt ze de emotionele betekenis van een omgeving. Dit vanuit de veronderstelling dat plekken, net als mensen, een geschiedenis hebben en daardoor archieven van herinneringen zijn. Gebeurtenissen en plekken die haar raken, verwerkt ze tot universele beelden. Zo verbindt ze het persoonlijke met het algemene.
In die zin hebben de lambdaprints raakvlakken met de schilderijen van de Irakees Ali Rashid (1957), die in Leidschendam woont en werkt. Zijn schilderijen zijn de weerslag van een bewogen verleden, maar altijd in relatie tot het heden. Hij combineert letters en lijnen en plaatst ze in een achtergrond van onbestemde aardkleuren. Soms lijken de details tekeningen van heel jonge kinderen. Maar nooit helemaal, want de tekeningen staan op onverwachte plaatsen in het beeldvlak, terwijl lichte en donkere details met elkaar ‘botsen’. Bovendien komen op alle werken kruisvormen en verontrustende woorden voor. Het zijn krachtige, gevoelige schilderijen. Maar met de achtergrond van Rashid in gedachten dreunen woorden als: innocense, watch out en child world zo na, dat ze tot nadenken zetten en je jezelf verbiedt er louter esthetische genoegens aan te beleven. Deze schilderijen vol herinneringen ontsluieren de persoonlijke historie van Rashid. Een geschiedenis van oorlog, vlucht naar Nederland en het opbouwen van een nieuw leven. Hij plaatst zijn werk echter in universeel verband en wil als kunstenaar verantwoording nemen voor de wereld om zich heen. Daarom zie je in zijn schilderijen nooit een centraalpunt, maar meerdere plekken die de aandacht vangen. Dit als tegenkracht voor elke vorm van centrale macht en dictatuur.
Op de achtergrond huist de gedachte dat de ene mens zijn wil nooit aan een ander mag opleggen. De abstracte olieverven van Monique Dukker (1964) uit Haarlem, zijn minder beladen. De sterke schilderijen doen door de groentinten, de verflagen en de compositie denken aan weerbarstige landschappen. Dukker voelt zich thuis in de natuur maar schildert niet naar de werkelijkheid. Haar ‘landschappen’ zijn hebben een experimenteel karakter en brengen de indringende kleurbeleving van de kunstenaar aan het licht. Er is meer bijzondere schilderkunst te zien.
Zoals van Slavko Dujic (1959), die geboren is in Knin te Kroatië. Zijn thuis heeft hij gevonden in Landgraaf maar zijn schilderijen, die titels kregen als Dalmatië of Rode droom, weerspiegelen heimwee. Ze vertellen over gebeurtenissen, mensen en landstreken. In de bijzondere verftoetsen is oud Kroatische schrift verwerkt. Op sommige schilderijen is sprake van een horizon waardoor kleurige vergezichten ontstaan. In de stockruimte staan figuratievere schilderijen van zijn hand. Een mooi geschilderd werk ‘vertelt’ een melancholiek verhaal over de ezels van zijn opa.
Sfeer bepaalt ook de werken van de Amsterdamse kunstenaar Jos Dijkman (1947). Haar figuratieve schilderijen en tekeningen bevatten musicerende en dansende Mongolen. Jaren achtereen kwamen ze in juni naar Amsterdam en vertrokken eind december weer naar Mongolië. Dijkman volgde de groep vanaf het begin. Onder de poort van het Rijksmuseum schetste ze hun levenslust en muzikaliteit. Ze maakte kennis met de kenmerkende strot- en boventoonzang, zag wisselingen in bezetting en gleed in haar beeldende werk mee met hun steeds lyrischer muziekopvatting. Op een van de sterkste schilderijen is door middel van beeldonderbrekingen letterlijk het ritme van de chamanedans vastgelegd. Op andere werken zie je traditionele instrumenten als vedel en langhalsluit. Door de verbouwing van het Rijksmuseum is muziekgroep Altai Khairhan de eigen, beschutte plek kwijtgeraakt en hebben ze Amsterdam verlaten.
Van de deelnemers aan de expositie drukt Marinel Vieleers met haar bronssculpturen het meest expliciet de zoektocht naar het thuisgevoel uit. De mens komt naar voren als universeel wezen, zelfs het verschil tussen man en vrouw is weg. Anatomische juistheid is ondergeschikt aan expressie en compositie. Gevoelens drukt ze uit via lichaamshoudingen. De beelden met boomhutten, huisjes en bewoners zijn langgerekt en iel. Zo krijgt de kwetsbaarheid van de mens gestalte. De beelden benadrukken het belang van een veilige omgeving, waar een mens menselijk kan zijn en zich kan ontplooien. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|
|
Enkhuizen, 1 september 2008
MOLLIGE MADAMMEKES EN EEN KRANIGE KNULP IN GALERIE OOST 99
Groepsexpositie: ‘Van dromerijen tot knulpen’; Kunstwerken in diverse technieken van negen kunstenaars; Galerie Oost 99, Grote Oost 99, Hoorn; geopend: woensdag t/m zondag 12.00-17.00 uur; t/m 28 september.
‘Van dromerijen tot knulpen’ heet de nieuwe groepsexpositie in galerie Oost 99 te Hoorn. Er is veel te zien. Negen kunstenaars tonen recente werken met een experimenteel, spiritueel, of decoratief karakter. De beeldtaal varieert van lyrisch abstract tot poëtisch illustratief. Blikvanger is de kranige, manshoge bronzen Knulp van ‘kunstenaar van het jaar 2007’ Ad Arma (Rotterdam, 1954). Hij vernoemde dit complexe mensbeeld naar Knulp, het zwervende personage uit het gelijknamige boek van Herman Hesse (1877-1962). Impliciet staat in zijn werk ook zijn eigen kunstenaarsbestaan centraal. Religieuze en wereldlijke motieven die hij zag tijdens reizen door Azië sijpelen door in zijn beeldtaal. Zo bestaan diverse van zijn bronssculpturen uit primitieve karren en hebben de etsen behalve een boeiend uiterlijk een spirituele betekenislaag. De etsen uit de serie ‘Book of oblivion’ lijken in een soort trance gemaakt. De herhalende, op schrift gelijkende tekens, komen over als een beeldende mantra, die leidt naar een ander bewustzijn. Eigenlijk zou je van deze kunstenaar veel meer willen zien, dan zo’n glimp van zijn kunnen.
De bronsplastieken van Monique Lipsch (1944) uit Geulle zijn tegenovergesteld aan de beelden van Arma. Geen ruw afgewerkte stakerigheid, maar ronde, vrouwelijke vormen bepalen haar beelden. Haar liggende torso, is spiegelend glad en aaibaar. Zij exposeerde al eerder een aantal klimmende vrouwfiguurtjes in de galerie. De vitrine bevat ditmaal een serie duo’s. Steeds twee vitale dames die zich op en rond een sokkel ‘bewegen’. Op een van de leukste hebben ze figuur en houding van Japanse sumoworstelaars. Mollige vrouwen komen nog een keer voor op de tentoonstelling. De Belgische Mieke Drossaert (1952) ontwikkelde rond deze, in decoratieve badpakken of andere zomerkleedjes gestoken madammekes, haar eigen herkenbare stijl. Ze gaat uit van werkelijk bestaande personen maar maakt ze onherkenbaar door ze nuffig omhoog te laten kijken en letterlijk aan te dikken. Het zijn simpele, schijnbaar onbeholpen schilderijen maar ze hebben iets grappigs. De schilderijen van Esther Steintjes (1975) uit Haaksbergen zijn nog toegankelijker. Ze doen denken aan vrolijke illustraties uit een prentenboek. In een felgekleurde achtergrond schildert ze de contouren van allerlei dieren die ze vervolgens opvult met decoratieve streepjes en andere patroontjes. Zo ontstaan fleurige muurdecoraties. Er hangt meer werk met een illustratief karakter. De in Engeland geboren Monica Staples (1965), die tegenwoordig in Lelystad woont, is illustrator, vrij kunstenaar en docent beeldende vorming. Zij voegt dromerige, poëtische schilderijen toe aan de expositie. De schilderijen van beeldend kunstenaar Yoke Ferwerda (1955) uit Ede, hebben ook een lyrische lading. Haar composities tasten de grenzen af tussen abstractie en figuratie. Een sterk werk is ‘Sneeuwklokje’. Hierop wisselt ze een dynamisch groot schildergebaar af met gevoelig opgezette details. De schilderijen van de in Amsterdam woonachtige Engelina Zandstra zijn abstracter. Maar ook bij haar zijn in de energieke zwarte lijnen tussen de expressieve rodekoolkleurige vlakken, figuratieve elementen te ontdekken. Haar werkwijze is spontaan en intuïtief en vloeit voort uit de stemming van het moment. Er hangen ook volledig abstracte werken. Een soort materieschilderijen, want meestal is er jute, gaas of ander materiaal aan toegevoegd. Ze zijn vervaardigd door Riek ter Maat (1948) uit Linschoten. Ondanks de abstractie hebben de schilderijen een landschappelijk karakter. Ze herinneren aan zeegezichten of vogels op het land. Gedachten die worden gevoed door de suggestieve titels, zoals ‘Antarctica’ voor een overwegend witte compositie. Zo geeft elk van de exposanten op persoonlijke wijze uiting aan zijn verbeelding en variëren de kunstwerken zo van elkaar dat er voor ieders smaak wel iets bij is. De tentoonstelling heeft echter nog iets extra’s in petto. Er is ook plaats ingeruimd voor het experiment. Beeldend kunstenaar Ellen Boswijk (bekend van het glazen grafmonument voor Annie M.G. Schmidt) uit Amsterdam, geeft op wel heel bijzondere wijze gestalte aan haar fascinatie voor de eigenschappen van glas en zeewater. In een aantal flessen en achter het glas van een fotolijstje plaatste ze draden die in zout water hangen. Het is de bedoeling dat er in de loop der tijd steeds meer zoutkristallen aan de draden gaan kleven. Door dit proces van zoutaangroei ontstaan sculpturen die zichzelf vormgeven. De zoutinstallatie vormt de opmaat voor een expositie later dit jaar, met werk van Ellen Boswijk. Hopelijk kunnen we dan ook zien hoe deze ‘zoutpilaren’ gegroeid zijn. Lida Bonnema
|
|
|
terug naar top
|
|
|